direct naar inhoud van Artikel 13 Natuur
Plan: Buitengebied Kaag en Braassem West
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1884.BPBUITENGEBIEDWEST-VO01

Artikel 13 Natuur

13.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. behoud, bescherming en beheer van aanwezige natuurwaarden;
  • b. water, plassen en oevers;
  • c. (recreatie)vaart;
  • d. bruggen en dammen;
  • e. ter plaatse van de aanduiding 'dagrecreatie': extensieve dagrecreatie met kleinschalige dagrecreatie voorzieningen, waar tevens overnachtingen op een boot zijn toegestaan.

13.2 Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels:

  • a. op gronden zonder aanduiding mogen uitsluitend terreinafscheidingen worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 1 m;
  • b. ter plaatse van de aanduiding 'dagrecreatie' gelden de volgende bouwregels:
    • 1. gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van erf- en terreinafscheiding dienen binnen het bouwvlak gebouwd te worden;
    • 2. binnen het bouwvlak mogen gebouwen worden gebouwd met een gezamenlijk oppervlak van ten hoogste 170 m2 ten behoeve van sainitaire voorzieningen, berging en overkappingen;
    • 3. de maximale bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt 30 cm.

13.3 Specifieke gebruiksregels

Met betrekking tot het gebruik van gronden gelden de volgende bepalingen:

  • a. de volgende werken en werkzaamheden zijn niet toegestaan:
    • 1. ontginnen, ophogen, afgraven, bodemverhogen, egaliseren dieper of hoger dan 50 cm;
    • 2. dempen, graven, afdammen, vergroten of herprofileren van sloten of ander oppervlaktewater;
    • 3. aanbrengen van opgaande beplantingen (met uitzondering van erfbeplanting);
    • 4. verwijderen van opgaande beplantingen, vellen of rooien van houtopstanden;
    • 5. het uitvoeren van grondwerkzaamheden dieper dan 30 cm bij wijze van woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en afgraven dan wel ten behoeve van ontginnen of draineren;
    • 6. aanleggen van buitenrijbanen.

13.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
13.4.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning

Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Natuur zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren:

  • a. het aanleggen van verharde wandel- fiets- en ruiterpaden en verhardingen groter dan 50 m2 (niet zijnde kavelpaden);
  • b. aanbrengen van boven- of ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verbandhoudende constructies, installaties of apparatuur;
  • c. aanleg kavelpaden;
  • d. aanleg oeverbeschoeiingen.

13.4.2 Uitzonderingen op het uitvoeringsverbod

Het verbod van lid 13.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die:

  • a. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen;
  • b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan.

13.4.3 Voorwaarde voor een omgevingsvergunning

De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 13.4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien daardoor de natuur- en landschapswaarden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast.