direct naar inhoud van 2.2 Landschap
Plan: Buitengebied Kaag en Braassem West
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1884.BPBUITENGEBIEDWEST-VO01

2.2 Landschap

De beschrijving van het landschap vindt in twee stappen plaats. Allereerst wordt ingegaan op de ontstaansgeschiedenis. Vervolgens wordt ingegaan op de landschappelijke hoofdstructuur van de polders en de landschapstypen die daarin te herkennen zijn.

Ontginningsgeschiedenis

  • 1200: veenstromen zoals de Oude Ade en de Zijp met daarin een aantal natuurlijke meren.
  • 1250-1300: verbreding waterlopen en eerste bemaling met molens.
  • Eind middeleeuwen: grote delen van het veenweidegebied werden afgegraven voor de stijgende vraag naar turf. Hierdoor ontstond in het westelijke deel van het plangebied een landschap vol plassen.
  • 17e eeuw: begin van het droogmalen van veenplassen met verbeterde windmolens. Bij de ontginning werd een rationeel verkavelingssysteem (opstrekkende verkaveling) gehanteerd. In de oudere delen van het plangebied zijn de verkaveling en de perceelszone onregelmatiger. De drooggelegde polder ligt aanzienlijk lager dan de omringende bovenlanden.
  • 18e en 19e eeuw: inpoldering van drooggemaakte gebieden op grote schaal. Dit nieuwe land werd rationeel verkaveld en hoofdzakelijk gebruikt voor weidebouw. Nieuwe boerderijen werden hoofdzakelijk langs de randen van de polders gesitueerd.

afbeelding "i_NL.IMRO.1884.BPBUITENGEBIEDWEST-VO01_0004.jpg"

Landschappelijke hoofdstructuur

Het plangebied is een waterrijk gebied dat deel uitmaakt van het Hollands Plassengebied en dat is gesitueerd in het Groene Hart van de Randstad. De bodem van veen heeft in dit gebied de verschijningsvorm van de plassen, droogmakerijen, de weilanden en de dorpen in grote mate bepaald.

De Kagerplassen is een stelsel van 8 veenplassen verbonden via vele rietsloten en vaarten dat als watersportgebied en visgrond wordt gebruikt.

De structuur van de veenpolders (Vrouwe-Vennepolder, de Rode polder en de Blauwe polder) in het westelijk deel van het plangebied wordt nog steeds in grote mate beïnvloed door de oude veenstromen die het gebied dooraderen. De veenpolders zijn veengebieden die niet zijn uitgeveend maar tot graslanden zijn ontgonnen. Deze veenpolders worden ook aangeduid als bovenland, in tegenstelling tot de lager gelegen droogmakerijen.

afbeelding "i_NL.IMRO.1884.BPBUITENGEBIEDWEST-VO01_0005.jpg"

Langs de veenstromen zijn de dorpen Rijpwetering en Oud Ade ontstaan. Daartussen zijn veenpolders met een onregelmatige slagenverkaveling tot stand gekomen. In de oudste polder is er zelfs sprake van een blokverkaveling.

De veenpolders zijn open tot tamelijk open van karakter met daarin verspreid liggende boerderijen, voorzien van een zware erfbeplanting.

Molens en de kerktorens van Oude Ade en Rijpwetering zijn in dit open veenweidegebied opvallende oriëntatiepunten.

Kenmerkend zijn de boerderijen met de voorgevel naar het water. Hieruit blijkt dat het vervoer in vroegere tijden voornamelijk over water plaatsvond. Pas later zijn de wegen in het plangebied aangelegd (soms aan de achterzijde van de boerderijen).

De Drooggemaakte Veender- en Lijkerpolder en de Drooggemaakte Akkersloot-, Hertogs- en Blijverspolder zijn, zoals de naam al doet vermoeden, droogmakerijen. Deze polders zijn eens gebruikt voor veenwinning daardoor vernat en vervolgens weer droog gemalen.

afbeelding "i_NL.IMRO.1884.BPBUITENGEBIEDWEST-VO01_0006.jpg"

De droogmakerijen zijn op een zeer rationele wijze in slagen verkaveld. Opvallend is het niveauverschil tussen de polder en het boezempeil van ongeveer 3 m. Ook is er een behoorlijk niveauverschil tussen de droogmakerij en het bovenland (Vrouwe-Vennepolder). De polders zijn voornamelijk als grasland in gebruik. In de omgeving van Nieuwe Wetering liggen percelen met kassen. De polders zijn open van karakter. De boerderijen zijn aan de randen van de polder gesitueerd.

Overige relatief recent ontstane structuurbepalende elementen zijn de A4/HSL en de N445, die de oorspronkelijke landschappelijke patronen doorsnijden, het lintdorp Rijpwetering, gesitueerd langs de rand van het plangebied en het bos in het zuiden van het plangebied.

Landschapskenmerken

Het landschap kan onderverdeeld worden in drie deelgebieden:

  • 1. de Kagerplassen (Kaagerpolder, Aderpolder, Buurterpolder):
    • a. onderdeel van Hollands-Utrechts veenweidegebied;
    • b. grote aantrekkingskracht op watersporters;
    • c. natuurwaarden in oeverranden en op eilanden;
  • 2. het gebied ten westen van Rijpwetering (Polder Waterloos, Zweilanderpolder, Vrouwe Vennepolder, Roode Polder, Blauwe Polder, Hoogmadesche Polder, Drooggemaakte Akkersloot- Hertogs- en Blijverspolder):
    • a. vlak, open tot tamelijk open veenweidegebied;
    • b. verspreid liggende boerderijen met zware erfbeplanting;
    • c. veel brede sloten in een onregelmatige slagenverkaveling, met hier en daar vormen van blokverkaveling;
    • d. verspreid voorkomende molens;
    • e. voorkomen van woonboten in wateren;
  • 3. het gebied ten oosten van Rijpwetering en de Ade (Drooggemaakte Veender- en Lijkerpolder):
    • a. laag gelegen, open poldergebied, zeer weinig wegen en bebouwing, overwegend grasland;
    • b. rationele slagenverkaveling in oost-westrichting, loodrecht op de bewoningsassen;
    • c. relatief hoge dijken aan de randen van de polders;
    • d. dichte bebouwing en beplanting van de lintdorpen Rijpwetering en Nieuwe Wetering;
    • e. verspreide beplanting langs de Ade;
    • f. verspreid voorkomende molens langs de boezemwateren.