direct naar inhoud van 2.3 Cultuurhistorie
Plan: Buitengebied Kaag en Braassem West
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1884.BPBUITENGEBIEDWEST-VO01

2.3 Cultuurhistorie

De waterhuishouding en bodemstructuur hebben in belangrijke mate de inrichting van het plangebied bepaald. Aan het verkavelingspatroon en het patroon van wegen, waterlopen, dijken en bebouwingslinten kan de ontginningsgeschiedenis van het plangebied worden afgelezen. De huidige patronen dateren deels nog uit de ontginningsfase. Daardoor vertegenwoordigen deze patronen een grote cultuurhistorische waarde.

De cultuurhistorische waarden hangen nauw samen met de landschappelijke waarden. De cultuurhistorische waarden worden bepaald door de mate waarin het menselijk ingrijpen, door de geschiedenis heen, nog aan het landschap is af te lezen. In de vorige paragraaf is beschreven op welke wijze het plangebied is ontgonnen en wat daar nog van in het landschap is terug te vinden. Bescherming van de landschapswaarden zorgt indirect dus ook voor de bescherming van de cultuurhistorische waarden.

Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS)

De CHS-waardering van de provincie kent een driedeling: zeer hoge waarde, hoge waarde of redelijke hoge waarde. De waarde is bepaald door een beoordeling op de volgende criteria:

  • gaafheid: als een indicatie voor herkenbaarheid van de historische ontwikkeling;
  • samenhang/context: tussen de samenstellende onderdelen van een structuur;
  • zeldzaamheid: bezien op provinciaal niveau.

afbeelding "i_NL.IMRO.1884.BPBUITENGEBIEDWEST-VO01_0007.png"

Regioprofiel

Het deel van het plangebied gelegen ten westen van de kern Rijpwetering is in de provinciale structuurvisie aangewezen als Topgebied cultuurhistorie en Kroonjuweel cultuurhistorie (zie ook paragraaf 3.3.2). Alle topgebieden cultuurhistorie van Zuid-Holland zijn essentieel voor de identiteit en de herkenbaarheid van de provincie. Bovendien zijn hier de belangrijkste cultuurhistorische, landschappelijke en archeologische waarden van de provincie in onderlinge samenhang bewaard. Dat geldt in het bijzonder voor de kroonjuwelen. Daarom zijn de topgebieden en kroonjuwelen opgenomen op de kwaliteitskaart van de provinciale structuurvisie.

Er is, afhankelijk van het karakter en de kwaliteit van ieder gebied, een onderscheid gemaakt in twee sturingsregimes:

  • a. continuïteit van karakter (topgebieden);
  • b. behoud van uitzonderlijke kwaliteit (kroonjuwelen).

Met deze sturingsstrategie wordt aangegeven hoe de provincie in beginsel met ontwikkelingen wil omgaan wat betreft cultuurhistorie en ruimtelijke kwaliteit.

afbeelding "i_NL.IMRO.1884.BPBUITENGEBIEDWEST-VO01_0008.png"

In het regioprofiel zijn richtlijnen opgenomen voor ruimtelijke ontwikkelingen met respect voor cultuurhistorische waarde in de betreffende gebiedseenheid. In de onderstaande tabel zijn de richtlijnen weergegeven.

Tabel 2.1 Richtlijnen

sturingsstrategie   gebiedseenheden   richtlijnen  
continuïteit van karakter (topgebieden)   opstrekkende heerden langs de Oude Rijn   - behouden en versterken samenhang tussen het gerende verkavelingspatroon, smalle kavelsloten, weteringen en landscheidingskaden;
- bewaren van visuele openheid;
- bij nieuwe ontwikkelingen de bestaande ruimtelijke eenheden – de polders met hun begrenzingen – als leidraad nemen.  
  polderlinten   - herkenbaar houden van de ruimtelijke structuur van kavels dwars op het bebouwingslint, variërend van haaks tot enigszins onder een hoek;
- vasthouden aan de ijle tot verspreide of dichte tot half open bebouwingsstructuur;
- continueren van de symmetrie of asymmetrie van het lint;
- koesteren van de bestaande onbebouwde kavels tussen de bebouwing;
- doorzetten van de bescheiden maat en schaal van de historische bebouwing aan het lint.  
  landscheidingskaden   - behouden van het bestaande tracé;
- herkenbaar houden van het profiel;
- behouden zichtbaarheid in het landschap door een vrije ligging: geen bebouwing;
- handhaven van het groene karakter door de aanwezigheid van hakhout (knotwilgen).  
behoud van de uitzonderlijke kwaliteit (kroonjuwelen)   Kagerplassen, molens en veenweidepolders   - behouden en versterken van de samenhang tussen alle onderdelen binnen deze ruimtelijke eenheid; veenmeren, onregelmatig verkavelde veenweidepolders en molens;
- in stand houden van de markante hoogteverschillen tussen de veenstromen en het ingeklonken veenweidegebied;
- bewaren van de gave blokvormige verkaveling.  
  polderlinten   richtlijn continuïteit van karakter voor polderlinten, met aanvullend het:
- behouden van de bestaande breedte en de opbouw van het profiel, de beplanting van wegen en waterlopen en monumentale bebouwing;
- openhouden van de bestaande spaties in het lint.  

Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen

Verspreid over het plangebied zijn gebouwen aanwezig met grote cultuurhistorische waarde. In bijlage 1 is een overzicht opgenomen van de rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten in het plangebied.

In het plangebied komen oude poldermolens voor die van cultuurhistorisch belang zijn. De molens zijn merendeel in de 18e eeuw gebouwd en zijn van het type wipmolen of grondzeiler. Naast de molen zelf is de molenbiotoop van belang, voor zover van invloed op het functioneren van de molen (windvang) en de belevingswaarde als monument.

Archeologie

Op de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Zuid-Holland zijn slechts beperkte delen van het plangebied aangewezen als gebieden met een middelhoge tot hoge trefkans op archeologische sporen.

Op 23 mei heeft de gemeenteraad archeologiebeleid vastgesteld voor de gehele gemeente. Dit beleid wordt overgenomen in het bestemmingsplan Buitengebied Kaag en Braassem West. In grote lijnen betekent dit dat voor de droogmakerijen een lage archeologische verwachting geldt. Vanaf gebieden groter dan 5 ha en waarbij dieper gegraven wordt dan 30 cm onder maaiveld is nader onderzoek nodig.

De veenpolders hebben een middelhoge verwachting. Ingrepen dieper dan 30 cm onder maaiveld en groter dan 100 m² vragen om nader onderzoek.