direct naar inhoud van 3.1 Inleiding
Plan: Buitengebied Kaag en Braassem West
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1884.BPBUITENGEBIEDWEST-VO01

3.1 Inleiding

De gemeente heeft ervoor gekozen om het beleid voor het gehele buitengebied op elkaar af te stemmen. Het bestemmingsplan Buitengebied Jacobswoude dat voor de gemeentelijke herindeling is opgesteld dient hierbij als uitgangspunt. Dit plan geeft een ruimtelijke visie en bijbehorende uitgangspunten voor de ontwikkeling van het buitengebied. Het plan is echter nog niet opgesteld conform de eisen van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Ook zijn na de inwerkingtreding van het bestemmingsplan buitengebied Jacobswoude de provinciale structuurvisie en verordening Ruimte vastgesteld.

Dit betekent voor het nieuwe bestemmingsplan Buitengebied Kaag en Braassem West dat:

  • de planuitgangspunten uit de vigerende plannen die nog steeds actueel zijn weer worden opgenomen in het nieuwe bestemmingsplan;
  • bezien moet worden op welke wijze de beleidsuitgangspunten uit het bestemmingsplan Buitengebied Jacobswoude vertaald kunnen worden naar het plangebied van het bestemmingsplan Buitengebied Kaag en Braassem West;
  • waar het beleid geactualiseerd dient te worden vanwege nieuwe (hoger) overheidsbeleid.

Om het bovenstaande uit te kunnen werken is eerst inzicht nodig in de inhoud van de vigerende bestemmingsplannen en het nieuwe (hoger) overheidsbeleid.

Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de beleidsuitgangspunten uit de vigerende bestemmingsplannen en uit het bestemmingsplan Buitengebied Jacobswoude. Tevens wordt een overzicht gegeven van nieuw (hoger) overheidsbeleid voor het buitengebied van Kaag en Braassem West. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in:

  • regionaal beleid: dit beleid geeft een ontwikkelingsrichting van het plangebied in een grotere context en op hoofdlijnen weer. Dit beleid is vastgesteld door de gemeenteraad en vormt dan ook het beleidskader voor nieuw op te stellen gemeentelijke ruimtelijke plannen;
  • provinciaal beleid: in de structuurvisie wordt door de provincie aangegeven welke visie zij hebben op het landelijk gebied. Gemeenten dienen in hun beleidsdocumenten aan te geven op welke wijze zij met het provinciaal belang rekening hebben gehouden. Indien goed gemotiveerd is het mogelijk van het provinciaal beleid af te wijken. Dit geldt echter niet voor de regels die zijn vastgelegd in de provinciale verordening, die zijn bindend en dienen in het bestemmingsplan te worden vertaald;
  • gemeentelijk beleid: het bestemmingsplan maakt onderdeel uit van het gemeentelijk beleid. Sectoraal gemeentelijk beleid wordt doorvertaald in het bestemmingsplan. De gemeenteraad kan uiteraard beleid gewijzigd vaststellen indien daar aanleiding toe is;
  • gemeentelijk sectoraal beleid: in het sectorale beleid wordt aangeven welk beleid er geldt ten aanzien van sectorale aspecten zoals water, natuur en recreatie. Dit beleid op onderdelen, dat door de gemeenteraad is vastgesteld dient een vertaling te krijgen in het bestemmingsplan. Uiteraard staat het de gemeenteraad vrij om in het kader van het bestemmingsplan hier anders over te beslissen.