direct naar inhoud van 3.2 Gemeentelijk beleid
Plan: Buitengebied Kaag en Braassem West
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1884.BPBUITENGEBIEDWEST-VO01

3.2 Gemeentelijk beleid

3.2.1 Alkemade Landelijk Gebied West (vastgesteld in juli 2002)

Het bestemmingsplan Landelijk Gebied West omvat het buitengebied van de voormalige gemeente Alkemade ten westen van de kern Rijpwetering.

Zonering

In het bestemmingsplan is het betreffende plangebied in drie deelgebieden opgedeeld, waarover het volgende is opgenomen.

Deelgebied 1: Primair agrarisch gebied, gelegen ten oosten van de kern Oude Ade en het Hertogspark in Rijpwetering:

afbeelding "i_NL.IMRO.1884.BPBUITENGEBIEDWEST-VO01_0014.jpg"

  • het grondgebruik wordt hier voor een belangrijk deel bepaald door de tuinbouw en volkstuinen;
  • de aanwezige natuur- en landschapswaarden zijn zeer beperkt. Verschillende agrarische ontwikkelingen kunnen hier plaatsvinden. Bovendien speelt mee dat dit deelgebied is gelegen tussen de bebouwing van Oud-Ade en Rijpwetering. Het karakter van het gebied wordt sterk door deze bebouwing en het sportpark bepaald.

Deelgebied 2: gebieden met waterstaatkundige, recreatieve en natuur- en landschapswaarden, de grotere wateren langs de randen van het plangebied (Koppoel en Vennemeer) en de oevers:

  • gebieden die gecombineerde functies vervullen, die in onderlinge samenhang bepalend zijn voor het beleid;
  • de waterstaatkundige functie is vanwege de grote belangen primair;
  • wat betreft de recreatieve waarde gaat het met name om het gebruik voor de recreatievaart;
  • de natuurwaarden hebben vooral betrekking op de vegetatie van de oevers en de betekenis voor wintervogels, naast het belang als verbindingszone.

Deelgebied 3: Agrarisch gebied met natuur- en landschapswaarden, het gehele plangebied met uitzondering van de deelgebieden 1 en 2:

  • in het grootste deel van deze zone is de grondgebonden veehouderij de enige agrarische grondgebruiksvorm met ontwikkelingsperspectief;
  • de ecologische waarde van dit deelgebied is groot;
  • de grondgebonden veehouderij is de productietak bij uitstek die kan bijdragen aan behoud en herstel van de kenmerkende natuur- en landschapswaarden van het (veen)weidegebied;
  • in een klein deel van deze zone komen thans op een beperkte oppervlakte andere grondgebruiksvormen voor (tuinbouw op open grond);
  • in dit deelgebied kunnen zich recreatieve functies, zoals wandelen, fietsen en kleinschalige verblijfsrecreatie, optimaal ontwikkelen, verweven met agrarische bedrijfsvoering (grondgebonden veehouderij). Dergelijke ontwikkelingen mogen echter geen belemmeringen vormen voor de agrarische hoofdfunctie en ook geen schade toebrengen aan natuur, landschap en milieukwaliteit;
  • op beperkte schaal kunnen zich ook nog andere functies ontwikkelen. In dat kader wordt gedacht aan woonfuncties en bedrijven in de lagere hindercategorieën, die gebruikmaken van vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen of worden gecombineerd met (in casu) grondgebonden veehouderij.
3.2.2 Alkemade Landelijk Gebied Oost Plus (vastgesteld in 1998)

Het bestemmingsplan Landelijk Gebied Oost Plus omvat het buitengebied van de voormalige gemeente Alkemade ten oosten van de kern Rijpwetering, alsmede het gebied aan de Kagerplassen.

In het bestemmingsplan is het gebied opgedeeld in twee zones:

  • 1. Agrarisch gebied met natuur- en landschapswaarden:

afbeelding "i_NL.IMRO.1884.BPBUITENGEBIEDWEST-VO01_0015.jpg"

  • de grondgebonden veehouderij (rundveehouderij) is hier de enige gebruiksvorm met ontwikkelingsperspectief. Tevens de enige productietak die kan bijdragen aan behoud en herstel van de kenmerkende natuur- en landschapswaarden (ook het cultuurhistorisch waardevolle weidelandschap);
  • dempen van sloten en ruwvoederteelt aan aanlegvergunning gekoppeld om het waardevolle weidevogelgebied en sloot- en oevervegetaties te beschermen;
  • ontwikkeling van kleinschalige verblijfsrecreatieve functies (kamperen bij de boer, bed & breakfast), bij grondgebonden rundveehouderijbedrijven;
  • verblijfsaccommodaties in de vorm van zomerhuizen en permanente ligplaatsen voor woonschepen en pleziervaartuigen worden aan de kwetsbare oevers langs het water aan de noordzijde en in de noordwesthoek van het plangebied als niet passend ervaren;
  • in vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen worden nieuwe functies zoals wonen en bedrijven in de lagere hindercategorieën toegestaan.
  • 2. Gebied met primair natuur- en landschapswaarden:
  • het betreft hier stabiliteit behoevende functies zoals water/plassen (onder andere Wijde Aa, Ade en Kagerplassen), oevers en moerasbos, alsmede een klein oppervlakte grasland;
  • agrarisch en recreatief medegebruik (onder andere watersport) zijn hier mogelijk;
  • ingrepen die de natuur- en landschapswaarden schade toebrengen, zijn hier verboden (slootdemping, ruwvoederteelt en aantasting van oeverlanden).
3.2.3 Bestemmingsplan Buitengebied Jacobswoude (vastgesteld 2008)

Het bestemmingsplan Buitengebied van de voormalige gemeente Jacobswoude is nog zeer recent vastgesteld. In dit bestemmingsplan is beleid opgenomen ten aanzien van de bescherming van waarden, de ontwikkelingen in de agrarische sector alsmede voor niet-agrarische functies. Om het beleid binnen de nieuwe gevormde gemeente Kaag en Braassem op elkaar af te stemmen is ervoor gekozen beleidsmatig zoveel mogelijk aan te sluiten bij dit bestemmingsplan.

Het plangebied omvat het gehele buitengebied van de voormalige gemeente Jacobswoude met uitzondering van de kernen Hoogmade, Woubrugge, Rijnsaterwoude en Leimuiden.

In het bestemmingsplan is de volgende zonering opgenomen.

  • 1. Zone AO: Agrarisch gebied met waardevolle openheid:
    • a. deze zone omvat het grootste deel van het plangebied;
    • b. grootschalig, weids agrarisch gebied door het nagenoeg ontbreken van bebouwing in de polders;
    • c. deze zone wordt gekenmerkt door divers agrarisch grondgebruik (met name akkerbouw en vollegrondstuinbouw) en landschappelijke openheid;
    • d. het gebied wordt op rationele wijze doorsneden door diverse wegen, wateren en lintbebouwing (Rijnsaterwoude en langs de Drecht en Woubrugge);
    • e. zoveel mogelijk ruimte aan ontwikkeling van grondgebonden landbouw, vormt randvoorwaarde voor behoud openheid;
    • f. nieuwvestiging van agrarische bedrijven onder voorwaarden mogelijk;
    • g. behoud en ontwikkeling recreatieve functie binnen de agrarische bestemming.
  • 2. Zone ALN: Agrarisch gebied met landschaps- en natuurwaarden:
    • a. deze zone omvat het gebied ten zuiden van de Kerkweg, ten zuiden van het Braassemermeer en delen van de Wijde Aa;
    • b. bestaat uit polders die deel uitmaken van het veenweidelandschap en de weidegebieden uit een deel van de polder Oudendijk, de Zwetpolder en een deel van de Polder Vierambacht;
    • c. deze zone wordt gekenmerkt door een mix van agrarische, landschappelijke, cultuurhistorische en ecologische waarden;
    • d. de openheid en het verkavelingspatroon vormen de belangrijkste landschappelijke kenmerken, de natuurwaarden bestaan uit de aanwezigheid van weidevogels, oever- en slootvegetaties;
    • e. behoud en ontwikkeling grondgebonden veehouderij in combinatie met ontwikkeling van natuur-, landschaps- en cultuurhistorische waarden;
    • f. agrarische activiteiten afweegbaar vanwege mogelijke bedreiging voor natuur- en landschapswaarden.
  • 3. Zone AGL: Agrarisch gebied, glastuinbouw:
    • a. deze zone betreft het glastuinbouwgebied ten westen van Woubrugge.
  • 4. Zone N: Gebied met natuurwaarden:
    • a. deze zone beslaat de bestaande natuurgebieden langs de Wijde Aa en de Braassemermeer;
    • b. betreft voornamelijk de oevers, inclusief een aantal eilandjes. Hier komen onder meer extensief beheerde weilanden (onder meer hooilanden), oeverlandjes, rietvelden, moerasbossen en stukken dijk met ruigte voor;
    • c. gebieden zijn tevens van belang voor de waterrecreatie in de vorm van enkele jachthavens/aanlegvoorzieningen;
    • d. beleid uitsluitend gericht op de functie natuur;
    • e. ingrepen met een nadelig effect op de functie natuur worden niet toegestaan.
  • 5. Zone Westerdijk:
    • a. deze zone betreft het bebouwingslint Westerdijk;
    • b. gelegen binnen de rode contour;
    • c. sterk gemengde functies (wonen, kleinschalige bedrijvigheid, jachtwerven, agrarische bedrijven tot industriële bedrijvigheid;
    • d. beleid gericht op afbouwen grootschalige bedrijvigheid;
    • e. combineren van kleinschalige bedrijven gericht op watersport en dag- en verblijfsrecreatie met wonen.

afbeelding "i_NL.IMRO.1884.BPBUITENGEBIEDWEST-VO01_0016.jpg"

  • 6. Zone Drechtoevers:
    • a. deze zone beslaat de zone rond de Drecht tussen Leimuiden en Bilderdam, inclusief de bijbehorende oevers en bebouwing;
    • b. een cultuurhistorisch waardevol bebouwingslint aan weerszijde van de Drecht;
    • c. naast de cultuurhistorische waarde van het gebied, herbergen de oeverlanden ook natuurwaarden;
    • d. bebouwing bestaat hoofdzakelijk uit burgerwoningen waartussen zich de oeverlanden bevinden;
    • e. beleid is sterk conserverend en gericht op behoud van cultuurhistorische en natuurwaarden.

3.2.4 Maatschappelijk Ruimtelijke Structuurvisie (vastgesteld 12 december 2011)

De gemeente Kaag en Braassem staat de komende jaren voor een aantal omvangrijke en complexe vraagstukken. Zo neemt de vergrijzing en ontgroening steeds grotere vormen aan met als gevolg het verdwijnen van draagvlak voor voorzieningen. Ook verandert het landschap onder druk van infrastructuur en verstedelijking. Dit soort vraagstukken vraagt om een heldere visie. Tegelijkertijd doen zich kansen voor die benut kunnen worden. Zo kenmerkt de gemeente Kaag en Braassem zich door een enorme rijkdom aan landschappelijke en cultuurhistorische waarden en is de ligging in het Hollandse Plassengebied uniek. Het doel van het opstellen van deze Maatschappelijk Ruimtelijke Structuurvisie is, om de vraagstukken en kansen integraal in beeld te brengen en te gebruiken als bouwstenen voor een helder toekomstperspectief.

In de Maatschappelijke Ruimtelijke structuurvisie komen onder andere de volgende onderwerpen aan de orde.

Visie op het landschap

het landschap wordt gekenmerkt door zijn openheid. Het open agrarisch landschap kan uitsluitend behouden blijven als dit hoofdzakelijk in gebruik blijft als landbouwgrond. Bebouwing wordt beperkt tot bouwvlakken, daarbuiten mag niet worden gebouwd. Ook paardenbakken dienen binnen het bouwvlak te liggen. Met een 'aanlegvergunningenstelsel' (omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden) wordt de bescherming van de gronden buiten de bouwvlakken gewaarborgd. Vanuit de MRSV is gesteld dat opslag op agrarische gronden buiten bouwvlakken is verboden. Tevsn is het afmeren van boten verboden, op de gebruikelijke uitzonderingen na. Op de waterbestemmingen wordt een beschermende waarde gelegd in verband met de bescherming van de oevers en natuurwaarden.

Elk agrarisch bouwkavel krijgt in het bestemmingsplan uitbreidingsruimte, een en ander in overleg en afhankelijk van de resterende ruimte op het huidige bouwvlak. De landbouw heeft in de diepe droogmakerijen nog toekomst. De kavels zijn groot en er zijn voldoende mogelijkheden voor schaalvergroting. De omstandigheden in de veenpolders zijn voor de agrarische sector een stuk minder voordelig vanwege de hoge waterstanden. Het gebied is cultuurhistorisch zeer waardevol, behoud van het kavel- en slotenpatroon staat hier voorop. Verbreding van de agrarische sector kan zorgen voor een goede mix tussen natuurbeheer, recreatie en landbouw.

Voor de plassen en meren in Kaag en Braassem wordt ingezet op een verdere profilering. Enerzijds het meer verstedelijkte, drukke Braassemermeer, anderzijds de meer rustige en natuur- en landschapsgeoriënteerde plassen zoals Hanepoel, Kiekpoel en de Drecht.

Economische zaken

Glastuinbouw krijgt van de gemeente de ruimte om uit te groeien tot innovator in relatie tot duurzaamheid, recreatie en wonen. Kaag en Braassem zet zich proactief in voor het zoeken naar en creëren van ruimte voor intensivering van glastuinbouwgebieden in Roelofarendsveen, Nieuwe Wetering, Oude Wetering en Woubrugge.

Kaag en Braassem zet zich de komende jaren in voor het versterken van de woon-werkbalans door het (planologisch) stimuleren van kansrijke economieën met als doelstelling meer arbeidsplaatsen per woning. Het platteland krijgt de ruimte om in te spelen op dagrecreatie en kleinschalige recreatie. Zo kan de agrarische sector zich economisch versterken.

Recreatie en Toerisme

Kaag en Braassem geeft de agrariërs in het buitengebied graag de ruimte om in te spelen op dagrecreatieve en kleinschalige verblijfsrecreatie. In het bijzonder de bedrijven langs de recreatieve hoofdstructuur Does, Wijde Aa, Braassemermeer, Leidse vaart en Drecht.

Kaag en Braassem zet in op uitbreiding en intensivering van recreatie bij en in aansluiting op bestaande concentraties bebouwing langs de oevers van de plassen, zoals bij het Vennemeer, Kaag en Rijpwetering. Door bewust te kiezen voor intensivering van de recreatieve activiteiten waar dit mogelijk is, kan het overige veenpolderlandschap worden behouden voor extensieve vormen van recreatie.

Kaag en Braassem zet in op het creëren van voorzieningen voor de watersporter/recreant door onder andere het integraal ontwikkelen en onderhouden van passantenplaatsen, recreatieplekken langs het water en het toegankelijk maken van en het vergroten van de interactie tussen water en land.

Kaag en Braassem zet in op een aantrekkelijke stadsrandzone door ruimte te bieden aan recreatieve bedrijvigheid. Er wordt gestreefd naar goede cultuurhistorische en recreatieve informatievoorziening, goede bereikbaarheid en toegankelijkheid tussen stad en land door onder andere de aanleg van nieuwe fietspaden.

Een belangrijke impuls hiervoor kan het ontwikkelen van natuur-/recreatiegebieden zijn. Het gaat hier dan vooral om de agrarisch minder aantrekkelijke gebieden, zoals bijvoorbeeld de Leendert de Boerspolder. In het veenpolderlandschap zullen deze natuur-/recreatiegebieden vooral gericht zijn op natuur met extensieve recreatie. Aansluitend aan stedelijke gebieden/dorpen zijn ze juist meer gericht op recreatie en de daarbij behorende voorzieningen, zoals restaurant en parkeergelegenheid. Een voorbeeld hiervan is de ontwikkeling van het Ghoybos.

De gemeente zet in het buitengebied in op kleinschalige recreatieve bestemmingen.

Duurzaamheid

De gemeente maakt de keuze om op het gebied van duurzaamheid trendvolgend te zijn. Dat betekent dat Kaag en Braassem een veilige een duurzame leefomgeving voor haar inwoners wenst te zijn, maar zonder vooruit te lopen op vernieuwende maatregelen, technieken en/of investeringen op gebied van duurzaamheid. Onlangs is in overleg met andere gemeenten in de regio een Duurzaamheidsagenda opgesteld.

Binnen de gemeente willen mensen wonen in een gezonde en veilige leefomgeving. De gemeente Kaag en Braassem bevindt zich echter in een sterk verstedelijkt gebied met veel infrastructuur en bedrijvigheid. Denk aan weg-, trein- en vliegverkeer, het vervoer van gevaarlijke stoffen en bedrijfsactiviteiten. Deze zijn zo op elkaar afgestemd en geregeld, dat ze zo min mogelijk gevaar voor onze gezondheid en veiligheid vormen. De gemeente zorgt ervoor dat dit ook zo blijft. Dat betekent dat de gemeente aandacht heeft voor luchtkwaliteit en geur, geluid en verkeer, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen, bedrijfsactiviteiten, goede bodemkwaliteit (geschikt om op te wonen) en eenvoudige toegang tot informatie hierover. De gemeente past dit toe bij het opstellen van nieuw beleid en de handhaving van bestaand beleid.

De gemeente zet in op een duurzame, schone, gezonde en groene omgeving waarin het goed en veilig leven is. De gemeente wil haar leefomgeving duurzaam inrichten. Dat geldt zowel voor nieuw te ontwikkelen gebieden, als voor herstructureringen. Om dat te bereiken moet duurzaamheid vanaf het eerste moment in het planproces op de agenda staan. De gemeente streeft ernaar om nieuw te ontwikkelen gebieden zo duurzaam mogelijk in te richten. Waar de gemeente zelf initiatiefnemer is, is dat het uitgangspunt. Waar private partijen initiatiefnemer zijn, probeert de gemeente deze partijen uit te nodigen ook deze werkwijze te hanteren. Bij gefaseerde ontwikkeling bekijkt de gemeente voor iedere fase opnieuw of er weer nieuwe kansen op gebied van duurzaamheid zijn. De uitgangspunten voor een duurzame inrichting staan in het Regionaal Beleidskader Duurzame Stedenbouw (RBDS).