direct naar inhoud van 4.7 Beleidsuitwerking op onderdelen
Plan: Buitengebied Kaag en Braassem West
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1884.BPBUITENGEBIEDWEST-VO01

4.7 Beleidsuitwerking op onderdelen

Het beleid uit het bestemmingsplan Buitengebied Jacobswoude verschilt per zone voor de volgende onderwerpen:

  • maïs- en ruwvoederteelt;
  • verbetering van de productieomstandigheden voor agrarische bedrijven;
  • omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden;
  • neven- en vervolgfuncties voor agrarische bedrijven.

In deze paragraaf wordt aangeven welke beleidsuitgangspunten voor de genoemde onderwerpen gelden in het bestemmingsplan Buitengebied Jacobswoude. Tevens wordt gekeken in hoeverre en op welke wijze deze uitgangspunten kunnen worden overgenomen in het bestemmingsplan Buitengebied Kaag en Braassem West.

4.7.1 Maïs-/ruwvoederteelt

In het bestemmingsplan Buitengebied Jacobswoude wordt de teelt van ruwvoeder (niet zijnde gras) in de zone AO niet beperkt en in de zone ALN beperkt tot 20% van de bij het bedrijf behorende gronden.

In de agenda landbouw wordt voor het in stand houden van de openheid van het landschap en het voorkomen dat bodemdaling alsnog tot de problemen gaat behoren, een maximum gesteld aan oppervlak maïs. Voor het plangebied betekent dit dat de teelt van maïs nergens onbeperkt wordt toegestaan. Grofweg wordt in het gebied ten zuiden van de Molenweg, Zomersloot en Broekhorstvaart geen maïsteelt toegestaan. In het overige deel van het plangebied wordt de maïsteelt beperkt tot 20% van het totale bedrijfsoppervlak.

De gebiedsindeling uit de Agenda landbouw komt niet overeen met de voorgestelde zonering voor het bestemmingsplan Buitengebied Kaag en Braassem West. Om die reden wordt voor het gebied waarin de maïsteelt wordt toegestaan tot 20% een aanduiding op de verbeelding opgenomen.

Beleidsuitgangspunt:

De gebiedsindeling uit Agenda Landbouw is overgenomen voor wat betreft het toestaan van maïsteelt. Dit betekent dat voor een deel van het plangebied het telen van mais wordt beperkt tot 20% van de bij het bedrijf behorende gronden.

4.7.2 Verbetering van de productieomstandigheden voor agrarische bedrijven

Aanleg verhardingen

De aanleg van verhardingen heeft in het plangebied met name betrekking op de aanleg van kavelpaden. Het aanleggen van verhardingen gaat ten koste van het waterbergend vermogen van de grond. Daarnaast kan het nadelige gevolgen hebben voor de aanwezige natuurwaarden. Om per situatie een belangenafweging te kunnen maken, wordt het aanleggen van verhardingen in de zone ALN aan een omgevingsvergunning gekoppeld. In de zone AO wordt de aanleg van kavelpaden en verhardingen rechtstreeks toegestaan.

Deze regeling sluit aan op de regeling uit het bestemmingsplan Buitengebied Jacobswoude. In de vigerende bestemmingsplannen worden kavelpaden echter niet gekoppeld aan een aanlegvergunning.

Onderbemaling

Het aanleggen van dammen en onderbemaling kan vanuit landbouwkundig oogpunt gewenst zijn. Vanuit het oogpunt van duurzaam waterbeheer is dit echter ongewenst. Het beleid van het Waterschap is gericht op het saneren van onderbemalingen. Waar dat niet mogelijk is, neemt het Waterschap het beheer over. Voor nieuwe onderbemalingen moet het Waterschap goedkeuring geven. Dit zal zij slechts doen in uitzonderingsgevallen, na afweging van het agrarisch belang tegen het belang van duurzaam waterbeheer. Om dubbele regelgeving zoveel mogelijk te voorkomen, wordt het niet noodzakelijk geacht om het afdammen en onderbemalen ook nog eens in het bestemmingsplan afweegbaar te stellen.

Beleidsuitgangspunt:

Afdammen en onderbemaling zijn niet gekoppeld aan een omgevingsvergunning. Hiervoor gelden de regels en eisen van het Waterschap.

Graven en dempen van sloten

Het dempen van sloten is nadelig voor het waterbergend vermogen en kan ook het landschappelijke waardevolle verkavelingspatroon aantasten. Op voorhand kan niet worden bepaald of dit leidt tot aantasting van de aanwezige natuur-, landschappelijke of archeologische waarden. Om dit van geval tot geval te kunnen beoordelen, wordt slootdemping gekoppeld aan een omgevingsvergunning. Dezelfde afweging geldt voor het graven van sloten. Deze regeling sluit aan op de regeling uit het bestemmingsplan Buitengebied Jacobswoude en de regeling in de vigerende bestemmingsplannen.

In de Agenda Landbouw wordt voorgesteld het dempen van dwarssloten vergunningvrij te maken voor het aspect landschap. Volgens de Agenda leiden dwarssloten tot meer arbeid bij het maaien en tot meer transportbewegingen in de weilanden. Voor het in stand houden van de landschappelijke kernkwaliteiten zijn de dwarssloten volgens de Agenda Landbouw niet essentieel.

Beleidsuitgangspunt:

Het dempen van sloten is aan een omgevingsvergunning gekoppeld. Het dempen van dwarssloten wordt hiervan uitgesloten.

4.7.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

In de onderstaande tabel wordt aangegeven welke werkzaamheden gekoppeld worden aan een omgevingsvergunning. Deze tabel komt grotendeels overeen met het aanlegvergunningenstelsel uit het bestemmingsplan Buitengebied Jacobswoude. Voor werkzaamheden die binnen het agrarisch bouwvlak plaatsvinden of onderdeel zijn van normaal onderhoud en beheer behoeft geen omgevingsvergunning te worden aangevraagd.

Tabel 4.1 Omgevingsvergunning

werken of werkzaamheden   zone AO   zone ALN   zone N  
ontginnen, ophogen, afgraven, bodemverhogen, egaliseren (> 50 cm)   O  
O  

-  
dempen, graven, afdammen, vergroten of herprofileren van sloten of ander oppervlaktewater   R  
O  

-  
aanbrengen opgaande beplantingen (met uitzondering van erfbeplanting)   O  
O  

-  
verwijderen opgaande beplanting, vellen/rooien houtopstanden   R  
O  

-  
aanleg van verharde wandel-, fiets- en ruiterpaden en verhardingen > 50 m² (niet zijnde kavelpaden)   R  
O  

O  
aanbrengen van boven- of ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur   R  


O  



O  
het uitvoeren van grondwerkzaamheden dieper dan 30 cm bij wijze van woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en afgraven dan wel ten behoeve van ontginnen of draineren   R  


O  



-  
aanleg van buitenrijbanen   -   -   -  
aanleg kavelpaden   R   O   O  
oeverbeschoeiingen   R   O   O  

R Rechtstreeks toelaatbaar.

- Hoe dan ook (op bepaalde locaties) verboden.

O Vereiste van een omgevingsvergunning.

Beleidsuitgangspunt:

De werkzaamheden uit tabel 4.1 zijn op de voorgestelde wijze aan een omgevingsvergunning gekoppeld.

4.7.4 Nevenfuncties voor agrarisch bedrijven

Nevenfuncties

Met het oog op het uitgangspunt van beleid om het (agrarische) karakter van het plangebied te behouden, maar ook in te spelen op de vraag naar nieuwe activiteiten in het buitengebied geeft tabel 4.2 weer welke nevenfuncties toelaatbaar zijn.

Uitgangspunten ten aanzien van de nevenfuncties

  • De activiteiten die in tabel 4.2 worden genoemd, dienen op het bouwvlak plaats te vinden, óók paardenbakken ten behoeve van paardenstalling en kleinschalig kamperen. Bovendien moeten de functies te allen tijde ondergeschikt zijn aan de hoofdfunctie.
  • Bouwmogelijkheden ten behoeve van niet-agrarische nevenfuncties worden toegestaan. Uitgangspunt is dat niet-agrarische nevenfuncties in de agrarische bedrijfsvoering ondergeschikt blijven. Om die reden wordt in zijn algemeenheid een maximaal bebouwingsoppervlak van 400 m² gehanteerd. Op deze maat bestaan drie uitzonderingen:
    • 1. Sommige functies hebben een afwijkende maximale maat. Zo wordt bij agrarische loonbedrijven de maximale maat (500 m²) bepaald door de milieuzonering die bepaald is met behulp van de Staat van Bedrijfsactiviteiten. Voor horeca is een maximale maat van 100 m² opgenomen, om de kleinschaligheid te waarborgen.
    • 2. Enkele nevenfuncties hebben naast een maximaal bebouwingsoppervlak onbebouwde ruimte nodig, bijvoorbeeld bij kleinschalig kamperen en paardrijactiviteiten. Naast het maximale bebouwingsoppervlak, mag het totale oppervlak dat in gebruik is voor deze functies 2.500 m² respectievelijk 1.200 m² bedragen.
    • 3. Ook komen combinaties van nevenfuncties voor. Voor combinaties van nevenfuncties wordt eveneens de maximale bebouwingsmaat van 400 m² gehanteerd.

Toelaatbaarheid van nevenfuncties

Met betrekking tot het al dan niet toelaatbaar stellen van de nevenfuncties wordt het volgende opgemerkt.

  • In het bestemmingsplan wordt onderscheid gemaakt tussen maneges en paardenstalling.
    • 1. Een manege is een bedrijf dat gericht is op het lesgeven in paardrijden aan derden, waarbij veelal voorzieningen zijn gesitueerd als kantine/foyer en logies- en/of verenigingsaccommodatie. Bij veel maneges vinden wedstrijden plaats. De ruimtelijke gevolgen van maneges kunnen daarom zeer ingrijpend zijn. In het bestemmingsplan worden om die reden maneges als nevenfunctie niet toelaatbaar geacht.
    • 2. Onder paardenstalling wordt het houden van paarden en pony's voor verhuur en eigen gebruik verstaan, alsmede het bieden van gelegenheid aan derden om hun paarden en pony's in pension te stallen en te weiden. Omdat de gevolgen hiervan veel minder ingrijpend zijn, biedt het bestemmingsplan hiervoor wel mogelijkheden.
  • Kleinschalige horecagelegenheden, zijn horecagelegenheden in de vorm van bijvoorbeeld theeschenkerijen of proeverijen van streekeigen producten dan wel producten van het eigen bedrijf. Aan opslag wordt als voorwaarde gesteld dat er geen opslag wordt toegestaan van stoffen/producten die gevaar of milieuoverlast kunnen opleveren.
  • Veehandelsbedrijven, africhtingsbedrijven voor paarden, foeragehandel en opslag van agrarische producten genereren relatief veel zwaar verkeer. Daarom dient voor de in tabel 4.2 genoemde nevenfuncties van geval tot geval beoordeeld te worden of vestiging op de gewenste locatie, gelet op de aard en omvang van het gebruik, de gesteldheid van de weg en de verkeerssituatie, mogelijk is. Aan sommige functies kunnen reeds op voorhand voorwaarden/beperkingen worden gesteld.
  • Opslag en stalling van goederen is alleen toelaatbaar voor zover het goederen betreft die geen verkeersaantrekkende werking hebben. Opslag van caravans/boten in bestaande bedrijfsgebouwen is uit dat oogpunt wel toelaatbaar; opslag van artikelen ten behoeve van de verhuur niet.
  • Kampeerboerderijen kunnen veel gemotoriseerd verkeer aantrekken en zijn dan ook alleen met een omgevingsvergunning toelaatbaar. Zo kan per situatie beoordeeld worden of de vestiging mogelijk is.
  • Alleen kleinschalige sociale nevenfuncties worden met een omgevingsvergunning mogelijk gemaakt. Onder kleinschalige sociale nevenfuncties worden sociale functies verstaan met een maximum oppervlakte van 400 m².

Tabel 4.2 Nevenfuncties

aan landbouw verwante functies/bedrijvigheid   Zone AO   Zone ALN  
agrarische loonbedrijven in de categorieën 1 t/m 3 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten   O   -1)  
veehandelsbedrijven; africhtingsbedrijven voor paarden   R   O  
foeragehandel; handel in zaaizaad en pootgoed; opslag agrarische producten voor derden   -1)   -1)  
veearts; hoefsmederij   R   R  
ambachtelijke be- en verwerking van agrarische producten   R   R  
verkoop streekeigen producten/ boerderijwinkel   R   R  
niet-agrarische bedrijfsactiviteiten  
hoveniersbedrijf in de categorieën 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten   O   -1)  
opslag/stalling van niet-agrarische goederen in de categorieën 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten in bestaande gebouwen   O   O  
overige bedrijven in de categorieën 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten   O   -1)  
mestvergisting   O   -1)  
recreatieve functies  
kinderboerderij   R   O  
maneges   -   -  
paardenstalling/paardrijactiviteiten   O   O  
kano-, roeiboot- of fietsenverhuur   R   R  
kleinschalig kamperen   R   O1)  
recreatief nachtverblijf (bed & breakfast)   R   R  
kampeerboerderij   R   O  
kleinschalige horecagelegenheid   R   R  
poldersport   O   -1)  
verhuur/gebruik van ruimten voor sociaal maatschappelijke activiteiten, zoals workshops, verenigingen en ateliers   O   O  
overige dienstverlening    
sociale nevenfunctie (resocialisatie, therapie, gehandicaptenzorg, kinderopvang)   O   O  
museum/tentoonstellingsruimte   R   O  
kunst- of antiekhandel   R   O  
dierenpension   O   O  
hondenfokkerij   O   O  

1) In bestemmingsplan Buitengebied Jacobswoude via ontheffing of rechtstreeks toegestaan.

R: Rechtstreeks toelaatbaar.

O: Met omgevingsvergunning.

-: Niet toelaatbaar.

In Zone N komen geen agrarische bouwvlakken voor, vandaar dat deze zone niet in de tabel is opgenomen.

De nevenfuncties die in de tabel gekoppeld zijn aan een omgevingsvergunning kunnen negatieve effecten hebben op natuur, landschap of cultuurhistorie.

De nevenfuncties zoals genoemd in de bovenstaande tabel zijn gelijk aan de in het bestemmingsplan Buitengebied Jacobswoude opgenomen nevenfuncties. In dit bestemmingsplan worden in de zone ALN echter minder nevenfuncties rechtstreeks of met een omgevingsvergunning toegestaan. De cultuurhistorische en natuurwaarden in het gebied dat in dit bestemmingsplan is aangeduid als zone ALN zijn nadrukkelijker aanwezig dan in de zone ALN van het bestemmingsplan Buitengebied Jacobswoude. Ook de ontsluiting in de zone ALN van dit bestemmingsplan is beperkter dan in de zone ALN van het bestemmingsplan Buitengebied Jacobswoude.

Beleidsuitgangspunt:

In het plan worden mogelijkheden geboden voor de niet-agrarische nevenfuncties zoals aangegeven in tabel 4.2.

4.7.5 Vervolgfuncties voor agrarisch bedrijven

Toelaatbaarheid van vervolgfuncties

Met betrekking tot het al dan niet toelaatbaar stellen van vervolgfuncties wordt aangesloten bij hetgeen hieromtrent is opgemerkt bij de nevenfuncties, zij het dat aan deze aspecten ingeval van agrarische bedrijfsbeëindiging een groter belang zal worden toegekend.

Bouwmogelijkheden ten behoeve van vervolgfuncties

Niet-agrarische vervolgfuncties dienen gevestigd te worden in de bestaande bedrijfsgebouwen.

Nieuwbouw ten behoeve van de in tabel 4.3 genoemde functies is in beginsel niet aan de orde. Ten aanzien van bouwmogelijkheden voor vervolgfuncties geldt, dat de bestaande gebouwen niet mogen worden uitgebreid.

Indien de voormalige agrarische bedrijfsgebouwen in een bouwvallige staat verkeren, of indien hiervan geen zinvol ander gebruik meer kan worden gemaakt, kan worden besloten tot sanering van de voormalige agrarische bedrijfsgebouwen. In dat geval mag de oppervlakte van de nieuw op te richten bebouwing maximaal 50% bedragen van de oppervlakte van de bebouwing die wordt afgebroken tot een maximum van 200 m².

Tabel 4.3 Vervolgfuncties

  AO   ALN  
wonen/hobbyboerachtige activiteiten   W   W  
aan landbouw verwante functies/bedrijvigheid niet-agrarische bedrijfsactiviteiten      
agrarische loonbedrijven in de categorieën 1, 2 en 3 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten   W   X  
veehandelsbedrijven; africhtingsbedrijven voor paarden   W   W  
foeragehandel; handel in zaaizaad en pootgoed; opslag agrarische producten voor derden   X1)   X  
hoefsmederij; veearts   W   W  
ambachtelijke be- en verwerking van agrarische producten   W   W  
niet-agrarische bedrijfsactiviteiten recreatieve functies      
hoveniersbedrijf in de categorieën 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten   W   X1)  
opslag/stalling van goederen in de categorieën 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten in bestaande gebouwen niet zijnde kassen   W   X1)  
overige bedrijven in de categorieën 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten (onder andere aannemersbedrijf, schildersbedrijf, meubelstoffeerderij, pottenbakkerij)   W   W  
jachtwerf in de categorieën 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten   W1)   W1)  
watersportbedrijf in de categorieën 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten   W1)   W1)  
recreatieve functies overige dienstverlening      
recreatiebedrijven/horeca/verblijfsrecreatie   W   W  
kinderboerderij   W   W  
maneges   W1)   X  
paardenstalling/paardrijactiviteiten   W   W  
verblijfsrecreatieve appartementen   W   W  
kampeerboerderij   W   W  
overige dienstverlening      
sociale vervolgfunctie (resocialisatie, therapie, gehandicaptenzorg, kinderopvang)   W   W  
museum/tentoonstellingsruimte   W   W  
kunst- of antiekhandel   W   W  
dierenpension   X   X  
hondenfokkerij   X1)   X  

1) Afwijkend van het bestemmingsplan Buitengebied Jacobswoude.

W: Na planwijziging.

X: Niet toelaatbaar.

In de bovenstaande tabel zijn dezelfde vervolgfuncties opgenomen als in het bestemmingsplan Buitengebied Jacobswoude. In dit bestemmingsplan worden echter meer vervolgfuncties gericht op de watersport en recreatie mogelijk gemaakt. In de tabel is aangegeven waar de mogelijkheden afwijken van het bestemmingsplan Buitengebied Jacobswoude. Dit heeft dezelfde redenen als al genoemd bij de nevenfuncties: kwetsbaarder gebied en slechtere infrastructuur.

Beleidsuitgangspunt:

In het plan worden mogelijkheden geboden voor de niet-agrarische vervolgfuncties zoals aangegeven in tabel 4.3.