direct naar inhoud van 4.8 Vertaling overig beleid
Plan: Buitengebied Kaag en Braassem West
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1884.BPBUITENGEBIEDWEST-VO01

4.8 Vertaling overig beleid

4.8.1 Verordening ruimte

Vanwege het dwingende karakter van de verordening worden de hierin opgenomen regels een op een doorvertaald in het bestemmingsplan. De verordening biedt ook beperkte ruimte voor nieuwe ontwikkelingen. In dit bestemmingsplan worden de mogelijkheden opgenomen voor:

  • 1. ruimte voor ruimte via een wijzigingsbevoegdheid;
  • 2. nieuwe landgoederen via een wijzigingsbevoegdheid;
  • 3. woningen in bebouwingslinten na sloop bestaande bebouwing;
  • 4. nieuwe bebouwing ten behoeve van recreatieve functies buiten bebouwingscontouren is toegestaan voor:
    • a. kleinschalige bebouwing, uitgezonderd recreatiewoningen en bedrijfswoningen, passend bij en ondersteunend aan de recreatieve functie van een gebied;
    • b. recreatiewoningen binnen gebieden voor verblijfsrecreatie.

Voorstel:

In het bestemmingsplan zijn mogelijkheden opgenomen voor de realisatie van nieuwe woningen na sloop van bebouwing. Nieuwe landgoederen worden door middel van een wijzigingsbevoegdheid mogelijk gemaakt.

Omdat aan de ontwikkelingen genoemd onder 3 en 4 veel eisen vastzitten die niet alleen in het bestemmingsplan kunnen worden vastgelegd, wordt deze ontwikkeling alleen via een aparte procedure toegestaan.

4.8.2 Gebiedsaanwijzingen in provinciaal beleid

In het provinciale beleid is het plangebied van het bestemmingsplan Buitengebied Kaag en Braassem West aangewezen als:

  • landbouw onder invloed van de stad;
  • landbouwgebieden met een opgave;
  • cultureel erfgoed kroonjuweel;
  • cultureel erfgoed topgebied;
  • dijk met (cultuurhistorisch waardevol) bebouwingslint;
  • provinciaal landschap: Land van Wijk en Wouden;
  • agrarisch gebied-inspelen op stad en land;
  • kwetsbaar veenweidegebied;
  • Ecologische Hoofdstructuur;
  • weidevogelgebied en overige natuurwaarden.

Hieronder worden de voorstellen aangegeven op welke wijze de beleidsuitgangspunten die samenhangen met deze aanwijzingen worden doorvertaald naar het bestemmingsplan Buitengebied Kaag en Braassem West.

Landbouw onder invloed van de stad/Landbouwgebieden met een opgave

Slechts een klein deel van het plangebied is aangewezen als 'Landbouw onder invloed van de stad'. Het grootste gedeelte van het plangebied is aangewezen als 'landbouwgebied met een opgave'. Voor beide gebieden geldt dat andere functies hun druk uitoefenen op het plangebied. In het gebied 'Landbouw onder invloed van de stad' is dit de toenemende vraag vanuit de stad recreatieve activiteiten. In de 'Landbouwgebieden met een opgave' staat de verandering van de agrarische sector centraal. Naast de agrarische bedrijfsvoering, zien sommige bedrijven zich ook genoodzaakt andere activiteiten te ontplooien.

Beleidsuitgangspunt:

Het bestemmingsplan speelt hierop in door het toestaan van neven- en vervolgfuncties voor agrarische bedrijven.

Cultureel erfgoed kroonjuweel/topgebied, Dijk met (cultuurhistorisch waardevol) bebouwingslint

Binnen gebieden die zijn aangewezen als Cultureel erfgoed kroonjuweel, Cultureel erfgoed topgebied of Dijk met (cultuurhistorisch waardevol) bebouwingslint moet sterk worden ingezet op de bescherming van de ter plaatse aanwezige cultuurhistorische waarden.

Beleidsuitgangspunt:

Om die reden is in de bestemmingsomschrijving geregeld dat de gronden tevens bestemd zijn voor de instandhouding en bescherming van de cultuurhistorische waarden. Meestal hangen deze waarden sterk samen met de landschappelijke waarden (slagenverkaveling) en zorgt het behoud van landschappelijke waarden tevens voor het behoud van de cultuurhistorische waarden. De landschappelijke en cultuurhistorische waarden worden in de bestemmingsomschrijving zo concreet mogelijk benoemd.

Bij nieuwe ontwikkelingsmogelijkheden (afwijken door middel van omgevingsvergunning, wijzigingsbevoegdheden) moeten de mogelijke gevolgen voor de landschappelijke en cultuurhistorische waarden worden meegewogen.

De archeologisch waardevolle gebieden worden beschermd door middel van een dubbelbestemming. Voor nieuwe ontwikkeling binnen gebieden met middelhoge, hoge en zeer hoge archeologische verwachtingswaarden moet ter bescherming van deze waarden een archeologisch onderzoek worden uitgevoerd.

Bescherming van de cultuurhistorische waarden binnen bebouwingslinten is mogelijk door:

  • geen nieuwe bouwvlakken, dus geen verdere verdichting binnen de linten toe te staan;
  • bestaande bebouwing zodanig te fixeren (strakke bouwvlakken) dat aantasting van de originele bebouwingsstructuur niet mogelijk is;
  • doorzichten te behouden;
  • oriëntatie van de gevels te handhaven;
  • bestaande goot- en bouwhoogtes over te nemen.

De afzonderlijke cultuurhistorische waarde van panden worden beschermd door de monumentenwet als panden zijn aangewezen als monument. Binnen beeldbepalende panden (en monumenten) is een extra woning toegestaan om zo de extra kosten te kunnen financieren die zijn verbonden aan het behoud van het beeldbepalende pand/monument.

Agrarisch gebied-inspelen op stad en land

In het bestemmingsplan worden ruime mogelijkheden geboden voor nevenfuncties en vervolgfuncties voor agrarische bedrijven. Op deze manier kan worden ingespeeld op de toenemende vraag uit het stedelijk gebied naar recreatieve mogelijkheden in het landelijk gebied. Bij het toestaan van nevenfuncties is gekeken naar de mogelijke effecten van deze functies. Vandaar dat niet alle nevenfuncties rechtstreeks worden toegestaan. Bij vervolgfuncties dient altijd te worden gekeken naar de mogelijke effecten op de landschaps-, cultuurhistorische of natuurwaarden.

Ecologische Hoofdstructuur

De gebieden die onderdeel uitmaken van de Ecologische hoofdstructuur worden bestemd voor 'Natuur'. In deze gebieden zijn geen ontwikkelingen toegestaan die een significant negatief effect hebben op de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied.

Weidevogelgebied en overige natuurwaarden

Behoud van de grondgebonden veehouderij en het bestaande landschap staat in het bestemmingsplan voorop. De natuurwaarden die gekoppeld zijn aan het grondgebruik en het landschap worden op deze manier ook behouden.

4.8.3 Vertaling sectoraal beleid

Onderstaand wordt aangegeven op welke wijze het gemeentelijke sectorale beleid wordt vertaald in het bestemmingsplan Buitengebied Kaag en Braassem West.

Nota recreatie en toerisme 2009

Nieuwe recreatieve functies worden uitsluitend als nevenfunctie toegestaan. Voor grootschalige recreatieve ontwikkeling dient een aparte procedure te worden doorlopen waarin alle belangen kunnen worden afgewogen.

Welstandsnota

Deze nota heeft verder geen gevolgen voor het ruimtelijke beleid in dit bestemmingsplan.

Paardenhouderijen

Het beleid ten aanzien van paardenhouderijen wordt in het bestemmingsplan vertaald.

De ruimtelijk relevante uitgangspunten zijn doorvertaald in het bestemmingsplan Buitengebied Kaag en Braassem West.

Uitgangspunten van het beleid zijn:

  • de agrarische tak van de paardenhouderij (als hoofd- of als nevenactiviteit) kan worden toegestaan in het buitengebied binnen een agrarische bestemming en de daarbij behorende voorschriften. Ook de daarbij behorende voorzieningen om de paarden in een goede conditie te houden of te trainen kunnen worden toegestaan;
  • hobbymatige paardenhouderij moet kleinschalig blijven;
  • nevenfuncties krijgen meer mogelijkheden, maar de voorzieningen blijven beperkt;
  • paardenhouderij is alleen toegestaan als het bestaande bouwvlak hiervoor voldoende ruimte biedt;
  • hobbymatige paardenhouderij is toegestaan bij elke woonfunctie, mits dit past binnen het bestaande bouwvlak en mits de maximaal toegestane hoeveelheid bebouwing niet overschreden wordt;
  • recreatieve paardenhouderij als nevenactiviteit is toegestaan bij agrarische bedrijven (A) en bij voormalige agrarische bedrijven (Wonen VAB). Om nevenactiviteiten ook kleinschalig te houden, is gekozen om de grens bij 500 m² (zo'n 15 paarden) te leggen;
  • voor recreatieve paardenhouderij als hoofdactiviteit geldt de regel dat deze als zodanig bestemd moet zijn. Wel krijgt de activiteit de ruimte zich binnen de bestemming te ontplooien, net zoals ieder ander (agrarisch) bedrijf en onderneming;
  • paardenbakken zijn uitsluitend binnen het bouwvlak toegestaan;
  • lichtmasten bij Wonen en Wonen VAB kunnen alleen met vrijstelling opgericht worden. Voor de hobbymatige paardenhouderij wordt deze in principe niet verleend.

Deze uitgangspunten komen overeen met het beleid ten aanzien van de paardenhouderij/-stalling in het bestemmingsplan Buitengebied Jacobswoude en de vigerende bestemmingsplan. Het betreft een nadere detaillering van het beleid en op sommige onderdelen zelfs een verruiming.

Beroep-aan-huis

In het bestemmingsplan wordt de volgende definitie van aan-huis-gebonden beroep en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten opgenomen. Beiden worden als onderdeel van de woonbestemming rechtstreeks toegestaan.

Aan-huis-gebonden beroep

De in de toelichting genoemde dienstverlenende beroepen, die in een woning (inclusief aan- en uitbouwen en bijgebouwen) door de bewoner wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en die een ruimtelijke uitstraling hebben die met de woonfunctie in overeenstemming zijn en waarbij:

  • a. het uiterlijk van de desbetreffende woning niet wordt aangetast;
  • b. reclameobjecten slechts na goedkeuring worden aangebracht;
  • c. het beroep/bedrijf wordt uitgeoefend door in ieder geval één van de bewoners van de woning, met dien verstande dat sprake mag zijn van maximaal twee werkplekken;
  • d. het niet gaat om vormen van horeca;
  • e. er geen onevenredige verkeers- en/of parkeeroverlast mag ontstaan voor het omliggende woongebied;
  • f. het gaat niet om bedrijven waarvoor een milieuvergunning of meldingsplicht nodig is;
  • g. er geen detailhandel mag plaatsvinden, met uitzondering van detailhandel in goederen die ter plaatse worden bewerkt of hersteld.

Insteekhavens/steigers/parkeren langs de weg

Binnen de bestemming Tuin, Erf of Wonen (of daarmee gelijk te stellen bestemmingen) worden insteekhavens en steigers rechtstreeks mogelijk gemaakt, met inachtneming van de bescherming van waterkeringen. In de bestemmingsomschrijving van de genoemde bestemming worden de insteekhavens en steigers opgenomen. Per bouwvlak wordt maximaal 1 insteekhaven en steiger toegestaan.

Op een aantal percelen is de ruimte voor het parkeren van auto's van bezoekers beperkt of is er fysiek geen gelegenheid (ligging aan dijk) voor het parkeren van auto's. De gemeente staat in deze gevallen toe dat maximaal twee parkeerplaatsen langs de weg worden gerealiseerd. De parkeerplaatsen moeten worden uitgevoerd in halfverharding (grastegels).

Monumentenlijst

Binnen monumenten wordt een extra woning toegestaan ter compensatie van de kosten voor het onderhoud van het monument.

Monumenten worden wel aangeduid op de kaart, maar voor de regels wordt verwezen naar de gemeentelijke verordening en de Monumentenwet.

Gemeentelijk archeologiebeleid

Het vastgestelde gemeentelijke archeologiebeleid wordt overgenomen in het bestemmingsplan.