direct naar inhoud van 6.4 Artikelsgewijze toelichting op de planregels
Plan: Buitengebied Kaag en Braassem West
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1884.BPBUITENGEBIEDWEST-VO01

6.4 Artikelsgewijze toelichting op de planregels

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd voor zover deze begrippen van het 'normale' spraakgebruik afwijken of een specifiek juridische betekenis hebben. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan zal moeten worden uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis.

Artikel 2 Wijze van meten

Het onderhavige artikel geeft aan hoe hoogte- en andere maten die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden.

Hoofdstuk 2 Bestemmingen

Artikel 3 Agrarisch met waarden - Landschapswaarden/Artikel 4 Agrarisch met waarden - Landschaps- en natuurwaarden/Artikel 32 Waarde - Natuurwaarden

De zonering is vertaald in de enkelbestemmingen.

  • Voor de Zone AO, Agrarisch gebied met waardevolle openheid (droogmakerij): de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden'.

De gronden met deze bestemming zijn specifiek bestemd voor het behoud en herstel van het karakteristieke en cultuurhistorische open weidelandschap. Alle mogelijkheden die door middel van afwijking of met een wijzigingsbevoegdheid worden geboden worden getoetst aan het mogelijke effect op het cultuurhistorische open weidelandschap.

  • Voor de Zone ALN, Agrarisch gebied met landschaps- en natuurwaarden (veenpolders, bovenlanden): de bestemming 'Agrarisch met waarden - Natuur- en Landschapswaarden'.

Deze gronden zijn mede bestemd voor het behoud en herstel van de aanwezige natuurlijke en landschappelijke waarden, bestaande uit de openheid, het verkavelingspatroon, de aanwezigheid van weidevogels en kenmerkende oever- en slootvegetaties. Nieuwe ontwikkelingen moeten worden getoetst aan het mogelijk effect op de natuurlijke en landschappelijke waarden.

  • De zone N, gebied met natuurwaarden (plassen en de oevers): de dubbelbestemming Waarde - Natuurwaarden.

Het grootste deel van deze zone bestaat uit water en is ook als zodanig bestemd. Andere gebruiks- of bouwmogelijkheden zijn binnen deze bestemming niet toegestaan. Omdat de natuurwaarden zich ook op de oevers bevinden is er voor gekozen om voor deze zone een dubbelbestemming op de te nemen. Dit betekent dat er een omgevingsvergunning geldt voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden op de gronden met deze dubbelbestemming.

Bouwregels

De aanwezige agrarische bedrijfscentra zijn weergegeven door middel van bouwvlakken. De gebouwen en de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals sleufsilo's, mestsilo's, kuilvoerplaten, alsmede de erfverharding dienen binnen de bouwvlakken te worden gerealiseerd. Verblijfsrecreatieve onderkomens (kampeermiddelen, stacaravans en recreatiewoningen) welke als nevenactiviteit bij het agrarische bedrijf worden geëxploiteerd, dienen ook binnen het bouwvlak gelegen te zijn. Deze onderkomens zijn met een aanduiding aangeduid op de verbeelding en ter plaatse is uitsluitend deze recreatieve functie toegestaan. Deze gronden mogen niet in gebruik genomen worden voor de agrarische bedrijfsvoering, aangezien voldoende afstand tot gevoelige functies aangehouden dient te worden.

Specifieke gebruiksregels

In de specifieke gebruiksregels worden (aanvullende) eisen gesteld aan het toegestane gebruik (cf. de bestemmingsomschrijving). Het kan zijn dat het gebruik wel wordt toegestaan maar binnen bepaalde randvoorwaarden bijvoorbeeld een maximaal oppervlak. Dit geldt bijvoorbeeld voor de teelt van mais, nevenfuncties en paardenbakken.

Neven- en vervolgfuncties

Bij neven- en vervolgfuncties gaat het om mogelijkheden voor agrarisch verwante en niet-agrarische functies, hetzij in combinatie met agrarische bedrijfsvoering (nevenfuncties), hetzij om gebruiksmogelijkheden van agrarisch verwante en niet-agrarische functies in voormalige agrarische bedrijfsgebouwen (vervolgfuncties). Per bestemming wordt aangegeven welke functies onder welke voorwaarden toelaatbaar zijn.

Het kenmerk van nevenfuncties is de ondergeschiktheid aan de hoofdfunctie. In de regels worden verschillende nevenfuncties mogelijk gemaakt.

Uit het overzicht van passende functies mag niet worden afgeleid dat voor iedere nieuwe functie in de niet-agrarische sfeer ook nieuwe bebouwing of een nieuwe woning mag worden opgericht. Uitgangspunt is dat voor vervolgfuncties gebruik wordt gemaakt van aanwezige bebouwing. Zo zullen ingeval van beëindiging van de agrarische bedrijfsvoering de bouwmogelijkheden 'bevroren' worden op het moment dat de 'oude' functie een einde neemt. Voor de nieuwe functies kunnen dan geen extra gebouwen worden opgericht. Van dit algemene principe kan wel worden afgeweken indien (een deel van) de bestaande bebouwing (overbodige agrarische en niet-bedrijfsgebouwen) wordt gesaneerd.

Milieuhygiënische inpasbaarheid
In verschillende flexibiliteitsbepalingen wordt als voorwaarde gesteld dat de ontwikkeling 'milieuhygiënisch inpasbaar' is. Milieuhygiënisch inpasbaar is een verzamelbegrip voor verschillende aspecten. Hieronder is weergegeven waar tijdens de toetsing rekening mee gehouden dient te worden:
- toetsing of de ontwikkeling leidt tot belemmeringen van omliggende woningen en bedrijven;
- toetsing of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de woning (geluid, geur, stof, gevaar);
- toetsing aan gemeentelijk milieubeleid;
- toetsing aan de eisen uit de Natuurbeschermingswet;
- toetsing van de geurhinder ter plaatse van omliggende geurgevoelige objecten (waarbij ook wordt gekeken naar mogelijke cumulatie van geurhinder);
- toetsing aan de eisen uit de Wet milieubeheer luchtkwaliteitseisen;
- aantonen dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde functie en geen onevenredige negatieve gevolgen voor het waterbeheer optreden;
- beoordeling van de inpasbaarheid voor de thema's verkeer, externe veiligheid en geluid.
Onder milieuhygiënische inpasbaarheid valt ook de toets of de ontwikkeling toelaatbaar is in verband met de aanwezigheid van de stiltegebieden.  

Artikel 5 Bedrijf

De bestemming Bedrijf is toegekend aan niet-agrarische bedrijven. Ter categorisering van niet-agrarische bedrijven is in de regels van het bestemmingsplan de Staat van Bedrijfsactiviteiten toegevoegd. Bedrijven die vallen in de categorie 1 en 2 zijn rechtstreeks toelaatbaar binnen elke bedrijfsbestemming. Bedrijven in een hogere categorie hebben een specifieke aanduiding toegekend gekregen. Op deze specifieke locatie mag alleen dit type bedrijf gevestigd zijn of een bedrijf in de categorie 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten.

De uitbreidingsmogelijkheden van bedrijven bedragen maximaal 10% van het bestaand oppervlak aan bebouwing. Op elk bouwvlak is een bedrijfswoning toegestaan tenzij op de verbeelding door middel van een maatvoeringsaanduiding is aangegeven dat er geen of meerdere bedrijfswoningen zijn toegestaan.

Voor bedrijven die de bedrijfsvoering beëindigen, is middels een wijzigingsbevoegdheid de mogelijkheid opgenomen voor de vervolgfunctie Wonen. Belangrijk is dat de effecten op het gebied van ruimte en milieu aanvaardbaar zijn en in geen geval meer impact hebben dan de bestaande bedrijfsfunctie. Voor het overige gelden dezelfde voorwaarden als bij de agrarische bedrijven.

Artikel 6 Bos

De bestaande bosgebieden zijn bestemd als Bos. In het Ghoybos wordt via afwijking een nieuwe kleinschalige horecagelegenheid mogelijk gemaakt.

Artikel 7 Detailhandel

De bestemming Detailhandel is opgenomen voor het tuincentrum aan de Hofdijklaan 75.

Artikel 8 Gemengd

De bestemming Gemengd is opgenomen voor het bedrijf aan de Ripselaan 6. Op dit perceel is sprake van een gecombineerd bedrijf met grondgebonden veehouderij, intensieve veehouderij als neventak, een manege en een zorgboerderij. Om dit bedrijf goed te kunnen bestemmen is gekozen voor een aparte bestemming met een eigen doeleindenomschrijving en bouwregels.

Artikel 9 Groen

Deze bestemming is opgenomen voor zowel afschermend groen rond recreatieterreinen als voor overige groen zoals bermen en plantsoenen.

Artikel 10 Horeca

De bestemming Horeca is opgenomen voor het restaurant/partycentrum aan de Boekhorsterweg, de nieuwe pannenkoekenboerderij aan de Hofdijklaan en de snackbar aan de Oud Adeselaan. Alle horecavestigingen zijn specifiek bestemd, verandering van horecafunctie is hierdoor niet mogelijk.

Artikel 11 Maatschappelijk

De gronden met de bestemming Maatschappelijk zijn bestemd voor verschillende maatschappelijke functies zoals verenigingsleven of religie.

Artikel 12 Molen

Omdat niet alle molens worden bewoond of een specifieke functie hebben, is er voor gekozen om voor de molens de bestemming 'Molen' op te nemen. Deze bestemming garandeert in ieder geval de instandhouding van de molen en maakt bestaande bewoning van een molen mogelijk. Nieuwe woningen zijn niet toegestaan. Indien de woning buiten de molen zelf gebouwd is, mag deze een maximale inhoud van 550 m3bedragen, inclusief bijgebouwen. Indien geen woning aanwezig is, mag wel 60 m2 aan bijgebouwen en overkappingen gebouwd worden bij de molen.

Artikel 13 Natuur

De bestaande natuurgebieden zijn voorzien van de bestemming Natuur. Uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'dagrecreatie' is extensieve dagrecreatie met kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen toegestaan.

Artikel 14 Recreatie - Dagrecreatie

Dit artikel is voor de verschillende dagrecreatieve functies in het plangebied opgenomen zoals de jachthavens, volkstuinen, paardenpensions en watersportbedrijven.

Gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder overkappingen mogen alleen binnen een bouwvlak gebouwd worden. Dit geldt tevens voor alle faciliteiten voor paarden zoals paardenbakken, tredmolens, uitloopvoorzieningen en mestplaten. Uitzonderingen hierop gelden ter plaatse van jachthavens en volkstuinen. Bij jachthavens mogen aanlegsteigers, golfbrekers, lichtmasten, vlaggemasten, maximaal 2 hijskranen en trailerhellingen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden geplaatst. Bij volkstuinen is geen bouwvlak opgenomen, hier zijn alleen schuurtjes en kasjes toegestaan, waarbij een maximum van 1 per volkstuin geldt met een maximum oppervlak van 5 m2.

Artikel 15 Recreatie - Verblijfsrecreatie, artikel 16 en17 Recreatie - Verblijfsrecreatie - 1 en 2

In het plangebied komen verschillende vormen van verblijfsrecreatie voor. Om een helder onderscheid te maken in de diverse vormen van verblijfsrecreatie heeft de gemeente een nieuwe indeling gemaakt, welke reeds is opgenomen in het bestemmingsplan Buitengebied van de voormalige gemeente Jacobswoude. De nieuwe indeling maakt geen onderscheid in het type onderkomen (bijvoorbeeld een stacaravan of recreatiewoning), maar hanteert vier categorieën recreatieve onderkomens:

  • categorie 1, kampeermiddelen (geen gebouwen zijnde, bijvoorbeeld tenten of caravans op seizoensplaatsen);
  • categorie 2, verblijfsrecreatieve gebouwen tot 36 m² (de meeste stacaravans);
  • categorie 3, verblijfsrecreatieve gebouwen tot 60 m² (stacaravans, chalets, huisjes op daarvoor bestemde terreinen);
  • categorie 4, verblijfsrecreatieve gebouwen tot 90 m² (losstaande recreatiewoningen).

In het plangebied van het onderliggende bestemmingsplan zijn geen recreatieve onderkomens in categorie 2 gelegen. Aangezien de categorie-indeling ook gehanteerd wordt in andere bestemmingsplannen, blijft de nummering wel gehandhaafd. In het onderliggende bestemmingsplan zijn hierdoor alleen categorie 1, categorie 3 en categorie 4 recreatieve onderkomens in de planregels opgenomen.

Alle losstaande recreatieve onderkomens en recreatieve terreinen hebben een categorie indeling toegekend gekregen. Hierop zijn twee uitzonderingen:

  • Het recreatieterrein aan de Hofdijklaan achter nummers 63 en 69. Hier zijn 47 onderkomens in categorie 3 en 8 onderkomens in categorie 4 toegestaan. De huisjes staan door elkaar op het terrein en kunnen daarom niet aangeduid worden. Met een apart artikel (Recreatie-Verblijfsrecreatie-1) is deze locatie specifiek bestemd.
  • Recreatieterrein De Wijde Aa aan de Aderweg, waarvoor een eigen bestemmingsplan is opgesteld. De regels uit het vigerende bestemmingsplan 'Recreatieterrein Wijde Aa' zijn overgenomen in het nieuwe bestemmingsplan Buitengebied Kaag en Braassem West. Om dit goed te kunnen regelen is een apart artikel (Recreatie-Verblijfsrecreatie-2) opgenomen. Hierin is geregeld dat aan de westkant van het terrein alleen recreatieve onderkomens in categorie 3 zijn toegestaan, aan de oostkant van het terrein alleen recreatieve onderkomens in categorie 4. Daarnaast zijn er op het gehele terrein toegestaan: een gebouw ten behoeve van een groepsaccommodatie, trekkerhutten, gebouwen ten behoeve van het beheer en onderhoud van het terrein, 2 bedrijfswoningen en een paardenstal.

Het beleid van de gemeente is gericht op het handhaven van het recreatieve karakter van verblijfsrecreatie. Permanente bewoning van de woningen is dan ook niet toegestaan.

In de onderstaande tabel is aangegeven op welke wijze de oude bestemmingen voor de recreatieterreinen zijn opgenomen in het nieuwe bestemmingsplan Kaag en Braassem West.

Bestemmingsplan Alkemade Landelijk gebied West  
bestemming   Kampeer- en zomerhuizen- terrein   KZT        
subbestemming   A   A   Vervallen   plangrenscorrectie   -  
 subbestemming   B   B   vervallen   plangrenscorrectie   -  
subbestemming   C   C    bestemming   Recreatie - Verblijfsrecreatie    R-VR (sr-ca4)
 
subbestemming   D   D    bestemming   Recreatie - Verblijfsrecreatie    R-VR-1
 
bestemming   Kampeerterrein   KT   vervallen   plangrenscorrectie of bestemmings- wijziging   -  
bestemming   Verblijfsrecrea- tieve doeleinden   vR        
subbestemming   Woonschepenligplaats   vRwl   bestemming met functieaanduiding   woonschepenlig- plaats   R-VR(wl)  
subbestemming   zomerhuizen   vRz   bestemming met functieaanduiding   specifieke vorm van recreatie - categorie 4   R-VR (sr-ca4)  
subbestemming   caravanstalling   vRcs   bestemming met functieaanduiding   Bedrijf (caravanstalling)   B(cs)  
Bestemmingsplan Alkemade Landelijk gebied Oost plus  
bestemming   Verblijfsrecrea- tieve doeleinden   vR   bestemming      
subbestemming   kampeerterrein   vRk   bestemming   Recreatie - Verblijfsrecreatie   R-VR (sr-ca1)  
subbestemming   zomerhuizen   vRz   bestemming met functieaanduiding   specifieke vorm van recreatie - categorie 4   R-VR (sr-ca4)  
Bestemmingsplan Recreatieterrein Wijde Aa  
bestemming   Verblijfsrecrea- tieve doeleinden   vRrw/ vRr   bestemming   Recreatie - Verblijfsrecreatie   R-VR-2  

Artikel 18 Sport

De bestemming Sport is opgenomen voor de sportvelden en de manege. Omdat niet overal binnen de bestemming Sport een manege wenselijk is, is deze bestemming specifiek aangeduid en uitsluitend ter plaatse van de aanduiding toegestaan. Gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder overkappingen mogen alleen binnen een bouwvlak gebouwd worden. Dit geldt tevens voor alle faciliteiten voor paarden zoals paardenbakken, tredmolens, uitloopvoorzieningen en mestplaten.

Artikel 19 Tuin

Gronden rondom woningen waar geen erfbebouwing gewenst is, zijn aangeduid als Tuin.

Artikel 20 Verkeer/Artikel 21 Verkeer - 2/Artikel 22 Verkeer - Railverkeer

De bestemming Verkeer is toegekend aan de belangrijkste wegen en bijbehorende bermen. De A4 is apart bestemd met de bestemming Verkeer - 2. De HSL is bestemd als Verkeer - Railverkeer.

Artikel 23 Water

De bestemming Water is toegekend aan alle hoofdwatergangen in het plangebied. Andere in het plangebied aanwezige watergangen zijn niet afzonderlijk bestemd. Binnen de bestemming Water zijn bouwregels opgenomen voor het bouwen van steiger en openbare recreatieve voorzieningen en gebruiksregels voor het afmeren en aanleggen van (plezier)vaartuigen.

Bij twee jachthavens in het Braassemermeer (Noorderhem 2 en Zuideinde 111c) is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om de bestemming Water te wijzigen in de bestemming Recreatie-Dagrecreatie, jachthaven ten behoeve van uitbreiding van de jachthaven. Deze uitbreiding heeft alleen betrekking op het bestemmingsvlak en niet op het bouwvlak. Buiten het bouwvlak zijn naast aanlegsteigers en golfbrekers ook lichtmasten, vlaggemasten, hijskranen en trailerhellingen toegestaan. In verband met het Besluit milieueffectrapportage mag de jachthaven met de uitbreiding niet de drempelwaarde uit lijst D van het Besluit m.e.r overschreiden.

Artikel 24 Wonen

Burgerwoningen in het plangebied hebben de bestemming 'Wonen' gekregen. Binnen deze bestemming staat het wonen centraal. Naast wonen mag onder voorwaarden ook in de woning worden gewerkt in de vorm van aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten aan huis. Het maximum oppervlak van deze activiteiten bedraagt ten hoogste 25% van de vloeroppervlakte van de betrokken woning met aan- en uitbouwen.

Voor woningen in het buitengebied is het niet noodzakelijk om de precieze locatie van de woning vast te leggen. Daarom is binnen de bestemming Wonen gekozen voor ruime bouwvlakken. Binnen deze bouwvlakken zijn zowel de hoofdgebouwen als de erfbebouwing (aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen) toegestaan.

Voor de inhoud en de hoogte van de woningen is een generieke regeling opgenomen. De inhoud van de woning, inclusief aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste 750 m³. Als onderdeel van de 750 m3, mag het gezamenlijk grondoppervlak van de erfbebouwing (zowel binnen als buiten het bouwvlak gelegen) maximaal 50 m² bedragen.

In het plangebied komen een aantal locaties voor waar de agrarische bedrijfsvoering is beëindigd en de bedrijfswoning is omgezet naar een burgerwoning. Omdat op deze percelen veelal meer bebouwing aanwezig is dan op grond van de bouwregels binnen de bestemming Wonen is toegestaan, is voor deze locaties de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch-voormalig bedrijfscomplex' opgenomen. Op gronden met deze aanduiding is geregeld dat in afwijking van de overige bouwregels de bestaande bebouwing is toegestaan. Dit betekent dat er geen uitbreidingsmogelijkheden zijn. Ten aanzien van nieuwbouw geldt een saneringsregeling. Nieuwbouw is alleen toegestaan als voormalige agrarische bebouwing wordt gesloopt. Als dit het geval is mag er ten hoogste 50% van het gesloopte oppervlak aan nieuwbouw worden gerealiseerd tot een maximum van 300 m².

Artikel 25 Leiding Brandstof / artikel 26 Leiding - Gas / artikel 27 Leiding - Gas -2 / Artikel 28 Leiding - Hoogspanning

De planologisch relevante leidingen zijn in deze dubbelbestemmingen als zodanig bestemd. Bouwen ten behoeve van samenvallende bestemmingen is alleen onder voorwaarden toegestaan. Alvorens het bevoegd gezag over een verzoek om afwijking beslist, wint zij schriftelijk advies in bij de desbetreffende leidingbeheerder. Ter bescherming van aanwezige leidingen is een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden opgenomen.

Artikel 29 Waarde - Archeologie 1/ Artikel 30 Waarde - Archeologie - 2

In dit artikel is de bescherming van de archeologische waarde van gronden in het plangebied geregeld met een zogenoemde dubbelbestemming. Hierin is nadrukkelijk gesteld dat gebouwen (die op basis van de bestemmingen mogelijk zijn) op gronden met een archeologische verwachtingswaarde, ter bescherming van die waarden, moeten worden gebouwd binnen de bebouwingsgrenzen. Voorts is een groot aantal werken en werkzaamheden opgenomen. Voor het verlenen van een vergunning dient advies te worden ingewonnen bij een ter zake deskundige.

De dubbelbestemmingen met betrekking tot archeologie zijn opgesteld op basis van de beleidskaart archeologie van de gemeente Kaag en Braassem. Hierop zijn gebieden met een verschillende archeologische verwachtingswaarde en het beleid ten aanzien van deze gebieden weergegeven.

Artikel 31 Waarde - Cultuurhistorie

Deze dubbelbestemming is opgenomen voor het beschermd dorpsgezicht Aderpolder ('Boerenbuurt').

De polder is alleen over het water bereikbaar. Daardoor is het landelijk karakter opmerkelijk gaaf gebleven, mede door de afwezigheid van recreatiebouw. De bebouwing, bestaande uit een drietal boerderijen met bijgebouwen, een molen en een woning, is gesitueerd aan de ringdijk. Aan weerszijden van de Boerenbuurt zijn enkele boerderijen dicht bij elkaar gesitueerd. Twee boerderijen (Aderpolder 2 en 4) hebben monumentale kwaliteit en zijn apart beschreven. De polder is waardevol vanwege het onaangetaste landelijke karakter en de kleinschaligheid van de schaarse bebouwing.

De dubbelbestemming bevat extra regels voor de bescherming van de polder en de monumentale bebouwing.

Artikel 32 Waarde - Natuurwaarden

De oevers van de plassen en de plassen zelf hebben de dubbelbestemming Waarde - Natuurwaarden gekregen. Binnen de dubbelbestemming is geregeld dat werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden met een mogelijk verstorend effect op de natuurwaarden van de oevers, gekoppeld zijn aan een omgevingsvergunning.

Artikel 33 Waterstaat - Waterkering

Voor waterkeringen, waterbergingen, primaire watergebied en waterhuishouding, is de functie tot uitdrukking gebracht in de dubbelbestemming Waterstaat - Waterkering. Het bebouwen van deze gronden ten behoeve van de onderliggende bestemming is uitsluitend toegestaan als hiervoor afgeweken wordt door het bevoegd gezag. Er wordt uitsluitend afgeweken als de functie hierdoor niet onevenredig wordt geschaad. Het bevoegd gezag wint hiervoor, met het oog op een zorgvuldige voorbereiding van het besluit, advies in bij de beheerder, voordat ze beslist op het verzoek om af te wijken.

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 34 Antidubbeltelregel

Dit artikel bevat een algemene regeling waarmee kan worden voorkomen dat er in feite meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogd, bijvoorbeeld ingeval (onderdelen van) bouwvlakken van eigenaars wisselen. De regeling is met name van belang met het oog op woningbouw.

Artikel 35 Algemene bouwregels

  • 35.1 Overschrijding bouwgrenzen

Om te voorkomen kleine ontwikkelingen leiden tot het volgen van aparte procedures, is in dit lid opgenomen dat voor bepaalde ontwikkelingen de bouwgrenzen overschreden mogen worden.

  • 35.2 Herbouw (bedrijfs)woningen

In dit artikel wordt de herbouw van (bedrijfs)woningen anders dan op de bestaande fundamenten uitgesloten. Hiermee wordt voorkomen dat voor de verplaatsing van de (bedrijfs)woningen binnen het bouwvlak geluids- en milieuonderzoek moet worden uitgevoerd.

  • 35.3 Toegelaten bouwwerken met afwijkende maten

Met deze regeling wordt voorkomen dat bestaande situaties die afwijken van de maatvoering ingevolge hoofdstuk 2 – onbedoeld – geheel of gedeeltelijk onder het overgangsrecht van het bestemmingsplan vallen.

  • 35.4 Afstand gevoelige objecten ten opzichte van landbouwbedrijven

Nieuwe gevoelige functies mogen uitsluitend op de in dit artikel genoemde afstanden ten opzichte van landbouwbedrijven worden gerealiseerd.

  • 35.5 Afstand gevoelige objecten ten opzichte van kassen

Nieuwe gevoelige functies mogen uitsluitend op de in dit artikel genoemde afstanden ten opzichte van kassen worden gerealiseerd.

  • 35.6 Ondergronds bouwen

Ondergronds bouwen is alleen toegestaan ter plaatse van bovengrondse bebouwing.

Artikel 36 Algemene gebruiksregels

In de algemene gebruiksregels zijn regels opgenomen voor het gebruik van gronden en gebouwen die voor alle bestemmingen in het gehele plangebied gelden. Naar aanleiding van een uitspraak van de Raad van State is gebleken dat wonen in bijgebouwen is toegestaan als die niet expliciet is uitgesloten. Omdat dit niet gewenst is, wordt in deze specifieke gebruiksregel wonen in bijgebouwen uitgesloten. Verder zijn onder andere regels opgenomen over buitenopslag, het afmeren/aanleggen van (plezier)vaartuigen, kleinschalige beroepen en bedrijven aan huis en faciliteiten ten behoeve van paarden.

Artikel 37 Uitsluiting aanvullende werking bouwverordening

Deze bepaling geeft invulling aan de afstemmingsbepaling tussen de bouwverordening en het bestemmingsplan ingevolge artikel 9 van de Woningwet. Artikel 9 van de Woningwet regelt primair dat de bouwverordening buiten toepassing blijft voor zover deze niet overeenstemt met het desbetreffende bestemmingsplan. Voor zover het bestemmingsplan geen regels bevat ten aanzien van een onderwerp dat in de bouwverordening is geregeld, is de bouwverordening wel van toepassing, tenzij het bestemmingsplan anders bepaalt.

De bepaling dient als uitwerking van de laatste zinsnede en voorkomt dat de bouwverordening onbedoeld aanvullend werkt bij onderwerpen die in het bestemmingsplan bewust niet zijn geregeld, bijvoorbeeld omwille van globaliteit. De relevante onderwerpen staan in paragraaf 2.5 van de bouwverordening.

Artikel 38 Algemene aanduidingsregels

  • 38.1 Molenbiotoop

In dit artikel zijn beperkende regels voor wat betreft de hoogte van nieuwe bouwwerken en gebouwen opgenomen vanwege de in het plangebied aanwezige molenbiotoop. Onderstaande figuur geeft de regeling weer, waarbij de grijze arcering het gebied van de molenbiotoop en daarmee de toegestane bouwhoogte aangeeft.

afbeelding "i_NL.IMRO.1884.BPBUITENGEBIEDWEST-VO01_0035.jpg"

Figuur 6.1 Molenbiotoop

  • 38.2 Milieuzone - ruwvoeder

Binnen de gronden op de verbeelding aangeduid als 'Milieuzone - ruwvoeder' is cf. het Besluit landbouw de teelt van ruwvoeder is niet toegestaan.

Artikel 39 Algemene afwijkingsregels

  • 39.1 Overschrijding bouwgrenzen

In dit artikel wordt aangegeven in hoeverre afgeweken kan worden voor geringe afwijkingen van de bouwregels (maatvoering), voor zover al niet elders in de planregels in afwijkingen is voorzien. Overigens bestaat er een aantal bouwwerken dat los van het bestemmingsplan gebouwd kan worden en waarvoor een algemene bevoegdheid tot afwijken (zoals voorheen te doen gebruikelijk) geen zin meer heeft. Het betreft hier zogenaamde vergunningsvrije bouwwerken als bedoeld in artikel 43 van de Woningwet.

  • 39.2 Afwijkingsregels voor de herbouw van (bedrijfs)woningen buiten bestaande fundamenten

De herbouw van woningen buiten de fundamenten is mogelijk als de herbouw plaatsvindt binnen hetzelfde bouwvlak, er geen beperkingen voor omliggende, bestaande (agrarische) bedrijven optreden en de geluidsbelasting aan de gevel ten gevolge van weg- en railverkeer de voorkeursgrenswaarde, zoals vastgelegd in de Wet geluidhinder, niet overschrijdt.

  • 39.3 Mantelzorg

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de regelgeving zodanig dat een bijgebouw kan worden gebruikt als afhankelijke woonruimte. Een dergelijke bewoning moet noodzakelijk zijn vanuit het oogpunt van mantelzorg.

  • 39.4 Baggerdepots

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de regelgeving ten behoeve van baggerdepots. Het Hoogheemraadschap van Rijnland heeft op veel baggerwerkzaamheden in de planning staan. Veel bagger wordt verwerkt in weilanddepots. Via deze algemene afwijking kan het gebruik van het weiland als baggerdepot worden toegestaan.

  • 39.5 Parkeerplaatsen

In het buitengebied van Kaag en Braassem komen veel dijken voor. Veel woningen zijn onderaan een dijk gelegen. Op bouwvlakken is vaak beperkte ruimte voor het realiseren van parkeerplaatsen. De gemeente biedt daarom met deze afwijkingsbevoegdheid de mogelijkheid om voor deze woningen parkeerplaatsen op de dijk te realiseren. Het betreft maximaal 2 parkeerplaatsen per woning en het terrein dient afgewerkt te worden met grastegels voor een natuurlijkere uitstraling.

Artikel 40 Algemene wijzigingsregels

  • 40.1 Overschrijding bestemmingsgrenzen

Er is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor geringe overschrijdingen van bestemmingsgrenzen.

  • 40.2 Herbouw van (bedrijfs)woningen buiten bestaande fundamenten

Om te voorkomen dat er in het kader van dit bestemmingsplan milieukundig en geluidsonderzoek moet worden uitgevoerd, is het verplaatsen van de (bedrijfs)woning binnen het bouwperceel niet rechtstreeks toegestaan. Voor de verplaatsing van het bouwvlak binnen of buiten het bouwvlak is respectievelijk een ontheffing en een wijzigingsbevoegdheid opgenomen. Bij toepassing van deze bevoegdheden moet worden aangetoond dat er voor wat betreft de aspecten geluid en milieu geen belemmeringen zijn. Ook dient ter plaatse sprake te zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

  • 40.3 Waarde archeologie

Met deze wijzigingsbevoegdheid kan de bestemming Waarde - Archeologie geheel of gedeeltelijk van gronden worden verwijderd, indien uit nader archeologisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn en het op grond van nader archeologisch onderzoek niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingsplan ter plaatse in bescherming en veiligstelling van archeologische waarden voorziet.

Artikel 41 Overige regels

  • 41.1 Werking wettelijke regelingen

Met dit artikel wordt geregeld dat de wettelijke regelingen waarnaar in de regels wordt verwezen, de regelingen betreffen zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan.

  • 41.2 Relatie

Een aantal bedrijven beschikt over twee, ruimtelijk van elkaar gescheiden bouwvlakken. Deze bouwvlakken zijn op de plankaart met elkaar verbonden door middel van de figuur 'relatie'. Deze figuur geeft aan dat het om één bedrijf gaat en niet om twee bedrijven. De ontwikkelingsmogelijkheden op beide locaties worden dus bepaald door het feit dat het hier om één bedrijf gaat.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregel

Artikel 42 Overgangsrecht

  • 42.1 Overgangsrecht bouwwerken

Het overgangsrecht ten aanzien van bouwen is neergelegd in lid 42.1. Uitbreiding van de bebouwing die onder het overgangsrecht valt is slechts mogelijk wanneer het bevoegd gezag afwijkt in het kader van een omgevingsvergunning.

  • 42.2 Overgangsrecht gebruik

Lid 42.2 betreft de overgangsbepaling met betrekking tot gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken voor zover dat gebruik afwijkt van het bestemmingsplan op het moment dat dit rechtskracht verkrijgt.

Artikel 43 Slotregel

Dit artikel geeft aan onder welke naam dit plan kan worden aangehaald.