Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: Zwarteweg 6 te Oud Ade
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.1884.BPKBZWARTEWEG62011-VAS1

4.3 Externe veiligheid

4.3.1 Inleiding
Het bestemmingsplan moet voldoen aan de eisen ten aanzien externe veiligheid. Externe veiligheid is dat ten gevolge van risicovolle activiteiten buiten het eigen perceel of plangebied er nog een relevant risico aanwezig is. Onder risico wordt dan verstaan dat de kans en het effect van een calamiteit, in samenhang met elkaar, buiten het perceel merkbaar zijn. Hoe bij besluiten daarmee moet worden omgegaan is deels in wetgeving, circulaires of overheidsbeleid vastgelegd. In het kader van het bestemmingsplan kan het betrekking hebben op de risicovolle activiteiten die wel of niet worden toegelaten in het plangebied en risicovolle activiteiten of objecten die buiten het plangebied aanwezig zijn. 
4.3.2 Besluit Externe Veiligheid Inrichting (BEVI)
De regelgeving omtrent externe veiligheid is geregeld in het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen (BEVI). Via een bijhorende ministeriële regeling (Revi) worden diverse veiligheidsafstanden tot kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten gegeven. Het BEVI legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor mensen buiten de inrichting. Het besluit heeft tot doel zowel individuele als groepen burgers een minimaal (aanvaard) beschermingsniveau te bieden.
 
Door de provincie wordt aangesloten op het landelijk beleid uit het BEVI. Om eventuele risico’s te kunnen bepalen heeft de provincie Zuid-Holland een risicokaart opgesteld (zie onderstaande afbeelding). Deze kaart geeft een overzicht van aanwezige risicovolle inrichtingen (BEVI-inrichtingen), alsmede een overzicht van overige risico-gerelateerde onderwerpen.
 
Fragment risicokaart Zuid-Holland (bron: www.risicokaart.nl)
 
Conclusie
Uit raadpleging van de risicokaart van de provincie Zuid-Holland volgt dat er in de directe omgeving van het plangebied geen risicovolle objecten zijn gelegen die van invloed zijn op de externe veiligheid ter plaatse van het plangebied.
4.3.3 Vervoer gevaarlijke stoffen over de weg, water en het spoor
Het externe veiligheidsbeleid voor het vervoer van gevaarlijke stoffen is door het ministerie van Verkeer en Waterstaat vastgelegd in de nota Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen (nota Rnvgs).Er wordt gewerkt aan een nieuw besluit: het Besluit transportroutes externe veiligheid (Btev). Het Btev is nog niet in werking. Volgens het Btev mag op grond van een ruimtelijk besluit geen kwetsbaar object in de veiligheidszone worden gebouwd. Nieuwe beperkt kwetsbare objecten mogen alleen in uitzonderlijke gevallen in de veiligheidszone worden toegestaan. Een veiligheidszone wordt opgenomen om het vervoer van gevaarlijke stoffen over de transportroute te beschermen. Een veiligheidszone kan maximaal 100 meter bedragen van de route. Door voldoende afstand te bewaren ontstaat er geen gevaar ten behoeve van kwetsbare objecten en wordt het vervoer van gevaarlijke stoffen niet gehinderd.
 
Het ontwerp Btev gaat in op de hoogte van het groepsrisico. Ten opzichte van de Circulaire risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen is een verantwoording van het groepsrisico niet meer verplicht als het aannemelijk is dat het groepsrisico ver beneden de oriëntatiewaarde blijft of nauwelijks toeneemt. Een punt van aandacht zijn plasbranden. Het plasbrandaandachtsgebied (PAG) is een zone van 30 meter aan weerszijden van de weg. Bij ruimtelijke ontwikkelingen binnen de PAG moet het bevoegd gezag onderbouwen, waarom het de ontwikkelingen wil toestaan. Dit geldt alleen ten aanzien van rijkswegen.
 
Conclusie
Uit raadpleging van de risicokaart blijkt dat er in de omgeving van het plangebied geen sprake is van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het water of het spoor. 
4.3.4 Vervoer gevaarlijke stoffen door buisleidingen
Het huidige ruimtelijke beleid is beschreven in het Structuurschema buisleidingen (1985) en in twee circulaires (voor hoge druk aardgasleidingen in 1984 en voor brandbare vloeistoffen in 1991). Op 9 februari 2007 heeft het kabinet ingestemd met een nieuwe aanpak voor buisleidingen in Nederland. Deze nieuwe aanpak wordt uitgewerkt in een AMvB (Besluit externe veiligheid buisleidingen). Zij stelt regels ten aanzien van risico’s en zonering langs buisleidingen, het opnemen van regels in bestemmingsplannen, technische eisen, het aanwijzen van een toezichthouder, melding van incidenten en beschikbaarheid van noodplannen.
    
Conclusie
Uit raadpleging van de risicokaart blijkt dat er in de omgeving van het plangebied geen buisleidingen lopen.