Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: Westerdijk 41
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.1884.BPWESTERDIJK412011-VAS1

Artikel 7 Waarde-Landschap

7.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Landschap' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het beheer, behoud en herstel van de aanwezige natuur- en landschapswaarden

7.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

  1. Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Waarde-landschap zonder of in afwijking van een schriftelijke omgevingsvergunning van het college van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
    1. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte of bouwhoogte dan 30 cm,
    2. waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen,
    3. ophogen en aanleggen van drainage;
    4. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen;
    5. het verlagen of verhogen van het waterpeil;
    6. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd;
    7. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.   
  2. Het verbod van artikel 7 lid 2 sub 1  is niet van toepassing, indien de werken en werkzaamheden:
    1. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor ontheffing is verleend, zoals in artikel 7 lid 2 sub 1  bedoeld;
    2. een oppervlakte beslaan van ten hoogste 100 m²;
    3. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan;
    4. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende aanlegvergunning of een ontgrondingsvergunning;
    5. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd;
    6. ten dienste zijn van normaal onderhoud en beheer.
  3. Omgevingsvergunning wordt verleend, indien de aanvrager van de omgevingsvergunning aan de hand van nader archeologisch onderzoek kan aantonen dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn. Voorts kan worden afgeweken middels een omgevingsvergunning, indien:
    1. de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld;
    2. de betrokken archeologische waarden, gelet op het rapport zoals onder a bedoeld, door de activiteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning regels te verbinden, gericht op:            
      1. het treffen van maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden;   
      2. het doen van opgravingen;      
      3. begeleiding van de activiteiten door de archeologische deskundige.